Posts Tagged ‘ wol ’

Sjaal

De dagen worden weer rap korter, de avonden langer, dus is het weer tijd om te haken. Een sjaal maar weer eens, want is zo lekker overzichtelijk, en geschikt om overgebleven bollen wol weg te werken. Geen officieel patroon dit keer, maar blokken in verschillende steken. Het is een beetje een onregelmatige sjaal geworden die niet overal even breed is, want de verschillende steken zijn niet allemaal even breed. Ik heb wel her en der wat gemeerderd en geminderd, maar het blijft wat ongelijk allemaal. Maar ach, daar zie je niks van als je hem om hebt.

Popcornsteek

Ik begon met de popcornsteek, een absolute favoriet die een lekker 3D-patroon oplevert.

Soort van blokjes

Toen een soort van subtiel ruitjespatroon, de bovenste helft van dit patroon.

Dubbele waaiers

Toen een dubbele waaier, of solid scallop pattern.

Gewone stokjes en vasten

De volgende was een blokje gewone stokjes, afgewisseld met vaste steken.

Bolletjessteek

Daarna een blokje waarvan ik niet meer precies weet welk patroon ik heb gevolgd. Het zou deze mini-popcorn kunnen zijn.

dunne horizontale ribbels

Voor de horizontale steken gebruikte ik een gewone vaste steek, maar telkens alleen in de achterste draad van de steek gemaakt (de steek die ook vaak als boordsteek wordt gebruikt bij het haken).

Enkele waaiers

Toen nog een andere waaier- of schelpenpatroontje.

Dikke verticale ribbels

Deze verticale steep is vrij compact, maar levert wel een hele fijne dikke ribbel op. Het is de boordsteek waarmee dit patroon voor een trui begint (de front post double crochet en back post double crochet).

V-steek

En als laatste maakte ik een blokje V-steken. Toen had ik nog net genoeg wol,  over om een zig-zagrandje aan de uiteinden te maken.

De sjaal bevalt uitstekend. Het zijn allemaal redelijk dichte steken, dus hij is lekker warm.

 

Advertenties

Baardmuts II

Man des Huizes had vol goede bedoelingen mijn baardmuts in de was gedaan. Helaas was de 100% wol daar niet heel goed tegen bestand. Hoewel het haakwerk nu extra vast (winddicht!) is, is hij ook een maatje of twee kleiner geworden. Tijd dus voor een nieuwe versie, met de IJslandse wol die ik over had na het maken van mijn col.

Zelfde patroon (een beetje op het oog gevolgd, met af en toe passen of de muts niet te groot of te klein werd, en dan een rondje extra of minder gehaakt). De snor is dit keer niet met knopen vastgezet, maar met koordjes vastgestrikt. Ook is hij wat dunner en losser dan de eerste versie (zelfs voor het wassen), simpelweg omdat de wol dunner is. Toch ben ik niet ontevreden. Over een paar weken wordt hij uitgetest in het barre Noorwegen.

baardmuts

Col

Na het monsterproject van de kabeltrui maar even een vluggertje tussendoor. Bij een locale rommelwinkel vond ik zowaar negen bollen IJslandse wol. Mooi spul, maar net te weinig voor een hele trui. De eerste drie bollen zijn nu een gehaakte col geworden. De rest gaat naar een muts, en misschien nog wanten.

Gehaakte col

 

Viltreparatie

Alweer een hele tijd geleden kwam ik via via op de site van Woolfiller, een slimme manier om gaatjes in wollen truien te repareren. De techniek is simpel: met een speciale viltnaald wordt een plukje wil op het gat vastgeprikt waardoor een plakje vilt ontstaat dat het gat afsluit. Op de site kun je een pakketje met naalden en plukken wol kopen. Prima idee om wollen kleding te repareren en zo een tweede leven te geven, alleen vond ik – gierig als ik ben – 17 euro voor een paar naalden en wat plukken wol te duur (al hebben ze wel mooie kleurtjes, fijn als je wil matchen met je trui). Die dingen kun je ook los kopen, voor een fractie van de prijs. Deed ik alleen niet.

Een jaar of twee, drie ging voorbij, tot ik merkte dat ik in mijn akelig dure merinowollen buitensportshirtjes wat gaatjes vond. Ergens tussen een rits gezeten of zo.

Gaten in mijn dure shirt.

Dan toch maar eens die viltnaalden aangeschaft (toch weer 8 euri bij de pipoos, kan vast goedkoper, maar daar was ik dan weer te lui voor). Vervolgens gebeurde er weer een hele tijd niets, tot ik een paar weken geleden ontdekte dat ik opeens wel een erg groot gat in mijn oksel had. Zo groot, dat het shirt eigenlijk wel een beetje afgeschreven was. En dus trok ik dan eindelijk die naalden maar eens te voorschijn.

Viltnaalden en viltige wol.

Speciale wol had ik er niet voor gekocht, ik had nog wel wat viltfahige wol liggen van vorige haak- en breiprojecten. De site van woolfiller er op nageslagen hoe het eigenlijk moet (shirt binnenstebuiten, stukje schuimrubber uit de naaldenverpakking eronder, pluk wol op het gat leggen, recht omlaag prikken met de naald tot de wol stevig aan het shirt zit), en hoppa. Eerst maar eens de kleine gaatjes. Het viel niks tegen.

De bovenkant van de reparatie (aan de binnenkant van het shirt).  De onderkant van de reparatie (aan de buitenkant).

Het leek dermate hoopgevend dat ik ook het grote gat in de oksel meteen maar heb aangepakt. Deze met paarsige wol, die beter bij het shirt paste, dacht ik. En ik bedacht dat ik deze aan de buitenkant zou doen, zodat de meeste kriebelpluis aan de buitenkant van het shirt zou komen. Het leek aardig te werken, tot ik me realiseerde dat een plak donkerdere pluizigheid onder je arm wel erg op uit de hand gelopen okselhaar lijkt… Dus. Vandaar nog maar een blauw draadje toegevoegd om het decoratie-effect een beetje te versterken.

Ietwat okselharig aandoende reparatie.

Ach ja, meestal zit dat shirt toch verborgen onder een laag fleecetrui en regenjas, zullen we maar zeggen…

Nu nog even afwachten hoe het zich houdt in de was (wolgens wollfiller.com kan het daar tegen), en bij het wandelen. Of het er niet afvalt, of heel erg zweterig wordt. We zullen zien. Het is in elk geval zeker een prima manier om wollen truien die wat minder intensief gebruikt worden dan een buitensportshirt te repareren. Het oogt toch wat mooier dan mijn gebruikelijke stoppen.

Vest

Da’s ook wat. Kun je net een stukkie foutloos rechtuit breien, krijg je het meteen hoog in je bol. Op het moment hangen de winkels vol met hippe gebreide truien en vesten. Ik kan mezelf er alleen niet meer toe brengen ze ook aan te schaffen, want steeds denk ik: ja leuk, maar dat kan ik natuurlijk zelf ook. Daarbij natuurlijk even vergetend dat je voor die twee a drie tientjes bij de H&M natuurlijk nauwelijks zelf wol kan komen en wekenlang gaan zitten breien.

Zoekend naar nieuwe patronen dwaalde ik af van het eeuwige (Amerikaanse) lionbrand, en kwam terecht bij het Europese Garnstudio. Die hebben ook veel gratis patronen, en nog in het Nederlands ook. Als inkomertje eerst maar eens aan een gehaakt vest begonnen. Met el cheapo garen van de Zeeman. Kledingstukken vallen nog niet mee. Pasvorm is bij een trui of vest toch nog iets belangrijker dan bij een deken. Ik had het allemaal goed bedacht, een beetje omgerekend en getweakt, maar ben toch de mist in gegaan. Ik had van tevoren bedacht dat onder aan het achterpand vijf blokjes moesten komen.

Vierkantje.

Maar toen ik er vijf naast elkaar had, leek dat toch wel heel breed. Toch maar vier dan. Vervolgens het hele achterpand gemaakt, en aan de voorpanden vastgenaaid. Tsja. U raad het al: da’s toch wel weer smal. Ik had er even niet bij stilgestaan dat een vest normaal niet plat ligt, maar dat er nog een lijf tussen zit. En niet dat ik nou zou ontzettend dik ben, graatmager ben ik ook niet. Het beste zou natuurlijk zijn om de boel uit te halen en alsnog dat vijfde vierkantje er aan te zetten. Maar ja. Da’s wel weer verrekte veel werk. Dus nu ga ik waarschijnlijk toch eerst maar even wat klooien met ingezette zijstukjes. Ongetwijfeld tot mislukken gedoemd, maar vooralsnog hoop ik er het beste van.

Vest in aanbouw.

Leerpuntje voor het volgende kledingstuk: houd je aan het patroon.

Ajoursjaal

Behalve de superdikke wol voor mijn trui had ik in IJsland ook nog een paar bollen dunne wol gekocht. Mooi spul, maar drie bollen blijkt echt te weinig te zijn voor ook maar iets nuttigs. Ik bedoel, ik kan er wel sokken van breien of zo, maar dat is zonde van deze wol. Ze zouden jeuken en kriebelen, en binnen een week helemaal doorgesleten zijn.

Dan maar een sjaal. Geen hele lange, maar wel een intensieve. Na wat zoekn kwam ik een aardig ajourpatroon tegen. Ajour, da’s met decoratief gerangschikte gaatjes, het wordt tegenwoordig geloof ik vaker kantbreien genoemd. Niet moeilijk, maar je moet wel goed blijven opletten, want als je de tel kwijtraakt staan je gaatjes niet in het goede patroon. Met dunne wol op dunne naalden waarbij je steeds moet nadenken wat je doet schiet het ook voor geen meter op, ik geloof dat ik inmiddels op 5 cm per uur zit. Maar mooi wordt ie wel.

 Sjaal in wording.

De fot laat ook niet helemaal het uiteraard bijzonder fraaien driehoekreliefje in de stukken tussen de gaatjes zien. Jaja.

Breien

Eerste poging tot breien.

Ja kijk, dat haken is leuk hoor, maar een mens wil natuurlijk wel eens wat uitdaging. Dus ik dacht, breien, dat moet dan ook maar eens. Al was het maar omdat je dan een heel spijsverteringsstelsel kan maken. Dus. Maar eens lans de Zeeman voor goedkope breinaalden, het linkje ‘knitting’ op Lions Brand aangeklikt, en een proefstukkie gemaakt. Nou, dat valt dus reuze mee! Tis gewoon een kwestie van niet te strak aantrekken allemaal, en goed tellen waar je welke steek doet. Hoe die steken gaan wordt allemaal netjes uitgelegd, met bij de moeilijke stukjes een verhelderend youtubeje, dus een kind kan de was doen.

Na d’r nog een oefenkabeltje uit te hebben gegooid vond ik dat ik het wel kon, en dat het tijd werd voor een echt project.

Kabel

Nou kwam de vakantie daar nog even tussen, maar dat was alleen maar mooi. In IJsland blijkt de schapenwol namelijk verrassend goedkoop te zijn. Niet heel verwonderlijk natuurlijk als je bedenkt dat wol zo’n beetje het grootste exportproduct is. Ik kon dus mooi een landing fraaie alafosslopi inslaan. Een beetje op de gok qua hoeveelheid: de vrouw van de winkel gooide een trui in ruwweg de goeie maat op de weegschaal en gaf me toen voor dat gewicht aan wol mee. Klinkt logisch genoeg.

Na thuiskomst maar eens rondgesnuffeld naar een mooi patroon en uiteindelijk voor deze trui gekozen. Da’s er weliswaar een in een heel andere maat, maar ach, ik brei hem een paar maten groter, en volgens mij komt het dan wel goed. Vooralsnog lijken de afmetingen heel plausibel.

Trui in aanbouw.