Posts Tagged ‘ hout ’

Zaagbankje werkwijze

Zoals eerder beloofd hier de uitgebreide werkbeschrijving van het zaagbankje.Weinig foto’s van tussenstadia, omdat ik er tijdens de cursus zelden aan dacht foto’s te nemen, maar ik denk dat het zo ook wel allemaal duidelijk is.

Laat ik bij het begin beginnen. Het bankje hoort bij de cursus machinale houtberwking van de werkplaats, die je kennis laat maken met de meestgebruikte machines: cirkelzaag, lintzaag, vlakbank, vandiktebank, kolomboor en langgatboor. Reuze nuttig, en nog leuk ook. Eindresultaat is een bankje/krukje, eigenlijk bedoeld als zaagbankje, maar met een leuke afwerking ook een prima krukje of bijzettafeltje. Ik had hier graag de echte werktekening laten zien, maar die is ten onder gegaan in de kamer vol paperassen die ons archief van belangrijke zaken vormt. Maar dit moest het worden:

Het is gemaakt van deels gerecycled grenen en vuren bestaat uit twee onderleggers (A), gekoppeld met een ronde stok (B), waarop twee dragers staan (C). Daarop twee zijregels (D) en twee dwarsregels (E), en een blad (F) met handgreep. Al dit hout was op de cursus aanwezig in de vorm van ruwe planken en balken (behalve de ronde stok, die was al wel gladgeschuurd).

Om te beginnen moesten alle onderdelen met de cirkelzaag op de juiste lengte worden afgekort. Vervolgens glad, haaks en op dikte gemaakt met de vlakbank en de vandiktebank. Daarna kon de eigenlijke constructie beginnen.

De onderleggers kregen pootjes door met behulp van de cirkelzaag steeds een laagje weg te halen. Zo dus:

Het is daarbij handig om bij het aftekenen eers het midden van je balkje te nemen, en van daaruit de breedte van de inkeping te bepalen. De precieze reden daarvoor is me even ontschoten, maar had ermee t emaken dat je dan eventuele meetfouten makkelijker kunt compenseren.

Vervolgens maakten we gaten voor de pen-en-gatverbinding waarmee de dragers op de onderleggers komen. Dat deden we met de langgatboor. Vanuit het midden wordt het gat afgetekend (15 mm x 75 mm als ik het me goed herinner), dat dan met de langgatboor wordt uitgefreesd. Daarna werd de pen gemaakt aan de dragers. Ik weet eerlijk gezegd niet meer hoe, maar als ik het opnieuw zou doen zou ik het gewoon met de hand doen. Aftekenen, met de zaag rondom inzagen, paar tikken met de beitel, en tot slot de hoekjes rond afwerken met de beitel (omdat het gat ook ronde hoeken heeft vanwege de ronde boor). Zoals je ziet heb ik het wat slordig gedaan waardoor het niet niet netjes aansluit allemaal. Haastig spoed is zelden goed…

slordige pen-en-gatvebinding

Aan de andere kant (de aansluiting tussen drager en dwarsregel E dus) was het zo’n beeje hetzelfde verhaal. De golvende lijn van de dragers zijn met een malletje op de plankjes getekend, en vervolgens met de lintzaag uitgezaagd. Vandaar ook dat ze niet honderd procent symmetrisch zijn, en ook niet allebei helemaal identiek: zo’n rotsvaste hand heb ik nu eenmaal niet. Authentiek stijlelement noemen we het.

Nu konden de poten in elkaar gelijmd worden. Toen die eenmaal goed droog waren, is met de kolomboor en een grote boorkop een gat gemaakt waar de ronde verbindingsstok in past.

Voor de zijregels is uit de goede plankjes eerst met de cirkelzaag een hoekje gezaagd, waardoor een richteltje onstaat waar het blad overheen valt. Daarna zijn op dezelfde manier als de ´pootjes´ op de juiste plekken inkepingen gemaakt waar de dwarsregels in passen.

richeltje voor het blad en inkeping voor de dwarsregel

Tot slot zijn de zijregels nog wat afgeschuind (cirkelzaag), omdat dat leuker oogt.

Het onderstel kon nu in elkaar gelijmd worden. Lijmen, klemmen, wachten, concluderen dat ergens iets scheeft is gegaan en het resultaat wiebelt. Ach ja.

Voor het blad zijn drie plankjes tegen elkaar gelijmd. In de middelste zijn eerst twee afgelonde inkepingen gemaakt (met de lintzaag) zodat na het verlijmen een handvat midden in het blad ontstaat. Normaal zou je dit met de lamellofrees mooi tegen elkaar zetten, maar inmiddels was de cursus afgelopen en moest ik thuis verder werken (want geen zin om steeds met stapels hout de trein naar Utrecht te nemen). Met extra balkjes en veel lijmklemmen de boel zo goed mogelijk recht tegen elkaar gelijmd. Daarna nog flink geschuurd, en nu is het toch een vrij glad blad geworden.

Toen de groeven in de onderkant van het blad gefreesd waarmee het over de richels in de zijregels moest gaan vallen en de uiteinden van het blad vrijwel recht afgezaagd (ik heb thuis geen cirkelzaag, dus het moest met de decoupeerzaag, wat een minder strak resultaat geeft). Tot slot alles flink geschuurd met de schuurmachine om alle rafeltjes, potloodlijntjes, splinters en andere oneffenheden weg te werken en een mooi glad eindresultaat te krijgen, en toen kon het in elkaar gelijmd en in de was gezet.

lijmen

Nog geen 800 woorden om het te beschrijven, maar toch algauw 30 uur werk. Nou ja, in die 30 uur zit natuurlijk ook veel uitleg over machines, wachten tot anderen klaar zijn, theepauzes en dergelijke, maar toch. Poe.

Advertenties

Ompottafel

pen-en-gatverbinding uithakkentafeltjeVol goede moed vandaag maar weer eens begonnen aan de ompottafel die al maanden in embryonale fase op zolder staat. Het is al weer een tijdje geleden dat ik nog eens een ouderwetse pen-en-gatverbinding heb staan uitbeitelen. Je raakt snel verwend en gewend aan aan mooie zware apparatuur. Apparatuur waarvoor ik met een stapel hout de trein naar Utrecht moet nemen omdat ik die uiteraard niet thuis heb staan… Beitelen dus. Ik krijg er wel een beetje pijn in mijn rug van, de workmate is eigenlijk net iets te laag om comfortabel aan te werken. Maar goed, hiervoor had ik alleen een tafeltje van 40 cm hoog waar ik op de grond bij moest zitten om te kunnen werken, dus het is al een aardige verbetering. Later als ik groot ben (en mijn huis ook) komt er nog wel eens een echte werkbank, 20 cm hoger, van massief hout en met een mooie bankschroef.

tekening van de ompottafel

Beetje ranzige tekening die duidelijk maakt dat ik met betere potloden moet tekenen; dit lichte grijs pakt de scanner niet, en de camera maakt er ook niet veel soeps van...

Maar eerst de ompottafel dus. De gaten die ik nu aan het beitelen ben zijn voor de onderste dwarsregels, waar dan later latjes overheen komen. Dat wordt dan de plek voor lege potjes en dergelijke. Het blad wordt gevormd door een stuk massief houten meubelplaat dat ik nog heb liggen. Of misschien gebruik ik toch het stuk multiplex dat ook nog rondslingert. Hoe dan ook moet het daarna flink in de anti-rot en de beits of lak of zo worden gezet, anders zal het allemaal wel wegrotten waar je bijstaat. Aan drie kanten om dat blad komt een opstaande rand, met nog een smal plankeje bovenop om wat platjes op kwijt te kunnen. Die opstaande rand is om ervoor te zorgen dat de potgrond niet aan alle kanten van de tafel dondert bij het verpotten van planten. Al is het natuurlijk de vraag of ik er ook echt planten op ga verpotten, misschien wordt het wel gewoon een plek om alle potplanten op kwijt te kunnen die nu op een lelijke plastic tuintafel staan.

Toen ik aan het project begon was ik nog vol goede moed over allemaal fraaie houtverbindingen gebruiken, maar ik denk dat ik als de regels eenmaak zitten, de rest maar gewoon met een heleboel schroeven in elkaar ga rammen. Op die manier is er nog een kleine kans dat het ding afkomt voor de zomer weer om is.

Daktuin the sequel

Had ik net alle materialen verzameld voor mijn daktuin, grijpt het lot weer keihard in. Op een goede manier, dat wel. Als verlaat verjaardagscadeau kreeg ik van mijn broer zomaar een vierkante meter tuin! Precies het idee dat ik voor mijn daktuin had, maar dan al voorgezaagd, met handige scharnierverbinding en latjes om het in mooie vakken te verdelen. Zo wordt het me wel heel makkelijk gemaakt.

vierkante meter tuin

Nu zal er nog wel wat getweaked moeten worden, want nog steeds geldt dat ik de bak iets van het dak af wil hebben, en dus een soort raster + worteldoek moet aanbrengen zodat de aarde er niet uitspoelt.

Lees verder

Kistje

Tot nu toe het enige project dat af is gekomen is het kistje uit de cursus houten kistjes maken van de Stadswerkplaats.

berken kistje met pruimen deksel

Ik ben er wel blij mee, hoe het is geworden. Het mooie van zo’n kistje is dat het een relatief klein project is, dat bij wijze van spreken aan de keukentafel gedaan kan worden. Het resultaat is een ding dat als sierobject in het interieur past, maar ook prima in een kast opgeborgen kan worden. Dan kan er naar hartenlust gevarieerd worden met houtsoorten, afmetingen, afwerking en versieringen. Er zullen dus zeker nog meer kistjes volgen.

Het kistje is gemaakt van berkenhout, met een bodem van triplex, en een deksel van pruimenhout. Het is 26 x 15,5 x 9,5 cm. In het kistje is nog een los inzetbakje van 13 x 11 cm gezet.

kistje met inzetbakje

Werkwijze

Na het uitzoeken van de plankjes voor de zijkanten, en het bepalen van voor- en achterkant, en binnen- en buitenkant konden de zwaluwstaarten worden afgetekend. Van tevoren was er niet echt een plan voor die zwaluwstaarten, elke cursist kon zelf bekijken hoeveel en hoe groot hij ze wilde hebben. Ik heb gekozen voor 3 zwaluwstaarten: Niet te weinig, waardoor het er lomp uit zou zien, en niet te veel, wat veel werk is. Het hele kistje wordt eerst in elkaar gezet en vervolgens opengezaagd om een perfect passend deksel te maken. Daarom moet de bovenste zwaluwstaart 3 mm (de dikte van het zaagblad van de cirkelzaag) breder zijn dan de rest. Op die manier zijn na het openzagen alle zwaluwstaarten even breed.

de bouwtekening van het kistje

Met handzaag en beitel werden vervolgens alle zwaluwstaarten gemaakt. De volgende stap was het maken van de groeven voor de bodem en het deksel. Voor de bodem is het vrij simpel: een paar millimeter van de rand wordt met de cirkelzaag een groef gemaakt die precies zo dik is als het bodemplankje, en ongeveer de halve dikte van de zijnwandjes diep. Vervolgens wordt het bodemplankje op maat gemaakt: rondom een millimeter of twee groter dan de binnenmaat van het kistje. Op die manier schuift het straks makkelijk in elkaar: drie wandjes in elkaar zetten, bodem erin schuiven, vierde wandje erop. Het deksel werkt vergelijkbaar, alleen is dat dikker, en steekt het wat boven de randen uit.

detail deksel

Het maken van zwaluwstaartjes blijft toch een heel bevredigende activiteit. Mooi ook om te zien dat ik er sinds de vorige cursus (zie het tafeltje) echt beter in ben geworden. Oefening baart inderdaad kunst.

Inzetbakje

Het inzetbakje zit wat simpeler in elkaar. De latjes zijn afgezaagd onder een hoek van 45° waarna het in elkaar is gelijmd. Omdat zo’n lijmverbinding op kops hout niet heel sterk is, zijn er vervolgens verbindingsstukjes in gezet ter versteviging. Dat doe je door in de hoek een gleufje te zagen en daar dan latjes van de goede dikte in te lijmen. Als het droog is zaag en steek je het latje dan af, en houd je een contrasterend streepje over. Je kunt natuurlijk hetzelfde hout gebruiken, dan springt het wat minder in het oog. Zichtbaar blijft het denk ik toch wel. Maar ik vind het er leuk uitzien, dus dat geeft niet.

de verbindingsstukjes van het inzetbakje

Afwerking

Het uiteindelijke afwerken duurde zo’n beetje net zo lang als het maken/in elkaar zetten. Eerst doorzagen (het grootste deel met de cirkelzaag, het laatste stukje met de handzaag, dit om te voorkomen dat de kracht van de cirkelzaak het kistje uit elkaar trekt). Dan de zaagsnede netjes afsteken, bijschaven en opschuren. Voorzichtig, zodat het niet scheef gaat en je kieren tussen deksel en kistje krijgt. Groefjes uitfrezen waar het scharniertje precies in past en het scharniertje monteren. Dat is ook nog bewerkelijker dan je zou denken. Om het goed recht te kunnen monteren moeten deksel en kistje op dezelfde hoogte liggen, en precies recht met de juiste tussenruimte (de helft van de dikte het scharnierpunt als ik het me goed herinner, of was het iets meer?) vastklemmen. Dan de schroefgaatjes voorboren en de schroefjes indraaien. Alles bij elkaar ben je zo anderhalf uur verder.

scharniertjes

Dan zaten er door het zagen van de groeven voor bodem en deksel nog wat gaatjes in de zijkanten bij de zwaluwstaarten. Dat is redelijk goed weg te werken door uit hetzelfde hout als de zijkanten (berken dus) pennetjes te snijden en die vast te lijmen. Na het drogen kunnen de uitstekende delen dan weer netjes worden afgestoken en vlak geschuurd.

de opgevulde gaatjes

Na afloop de schuurmachine er goed overheen halen met fijn schuurpapier, en dan kan het in de olie gezet. Walnotenolie van de Appie in dit geval: goedkoop (vergeleken met professionele afwerkingsmiddelen) en heel geschikt voor meubels.

Keldertrapje

Na de verbouwing van onze badkamer is onze kelder een stuk groter geworden. Om de badkamer groter te kunnen maken moest namelijk de trap worden verplaatst, waardoor uiteindelijk onder de trap veel meer ruimte kwam te zitten.

de oude badkamerde nieuwe badkamer

Een grotere kelder dus. Daar passen langere planken in, waarvan ik het einde niet meer kan bereiken vanaf het trapje bij de deur. Er moet dus een extra keldertrapje komen. Die kun je voor een tientje bij IKEA aanschaffen natuurlijk, maar zelf maken is leuker. Onder het motto beter goed gejat dan slecht bedacht nemen we wel grofweg het IKEA-ontwerp, maar dan met de maten en details die ik wil. Iets lager dan bij IKEA: 22 cm per trede vind ik wel genoeg. Even breed, dus 44 cm. De diepte laat ik afhangen van wat de bouwmarkt (of de zolder) aan hout te bieden heeft. Ga ik nodig hebben: zes balkjes (4 korte, 2 lange), 7 regels, of zou 8 beter zijn? (3 of 4 lange, 4 korte), en 2 treeplankjes (een bredere voor boven, een smallere voor onder). Als ik de brede plank uit twee smallere maak, kan ik er nog een handvat in maken. Dan de smalle de helft van de brede? Of zou dat te smal worden (of juist te breed, bij de bovenste). Nog een gewetensvraag: zet ik de poten iets schuin (mooier), of maak ik het trapje recht (makkelijker)?

In Sketchup durf ik het alleen recht aan:

ikea rip-off

Misschien moet ik eerst maar eens alle andere projecten afronden, en alle verbouwingsdingen afwerken.

daktuin

Al jaren ligt ons platdak op zolder er kaal en nutteloos bij.

Nutteloos platdak.

Ook wil ik al jaren weer een volkstuin om groenten van eigen kweek te kunnen eten. Het moet alleen wel dichtbij huis, en ik houd ook niet zo van verplicht onkruid wieden en corvee. Nu las ik in een Groei en Bloei van mijn moeder over de Makkelijke Moestuin, een methode om in verhoogde bakken heel makkelijk groenten te kweken. Dat lijkt mij wel wat. Nu heeft mijn achtertuin het formaat van een klein uitgevallen postzegel, en kijk ik vanuit de tuinstoel ook liever aan tegen wat vrolijke bloemen dan tegen een stel slakroppen. Maar gelukkig heb ik dat nutteloze platdak. Volgens mij moet een beetje dak van de bouwnormen een meter sneeuw kunnen dragen, en stilstaand regenwater weegt ook best wat, dus twee flinke plantenbakken gevuld met aarde moet ook wel lukken.

Bij de bouwmarkt dus wat planken aangeschaft (onbehandeld larix met FSC-keurmerk) om twee bakken te kunnen maken van 120 x 60 x 14,5 cm.Die staan nu op het dak te acclimatiseren. Misschien een beetje overbodig, aangezien ze starks gevuld gaan worden met vochtige aarde en dus vrijwel zeker toch gigantisch krom gaan trekken, maar eigenlijk had ik gewoon niet zo’n zin om meteen al te gaan schroeven.

acclimatiserend hout

Omdat ik de bakken iets van de grond af wil houden, moet er ook iets van een bodem in. Daar heb ik een tijdje over lopen peinzen. Het moet stevig genoeg zijn dat hij de aarde houdt, maar liefst ook waterdoorlatend, anders wordt het zo’n zomp. Aanvankelijk dacht ik aan een raster van latjes, maar dat is nogal bewerkelijk (of duur, als je het kant en klaar koopt). Toen bedacht ik dat kippengaas heel geschikt was, maar dat is alleen in rollen van een paar meter te koop, en in net niet de goede breedte, dus dan moet ik ook weer op zoek naar een kniptang. Nu heb ik bedacht dat de snoeitakken van de vlinderstruik misschien wel geschikt zijn voor een rooster onder de bakken. Ze hebben in elk geval de goede lengte. Heel vlak zal het niet worden, maar omdat ze met de rubber tegels op het dak toch een centimeter of twee omhoog getild worden zou dat niet uit moeten maken.

snoeihout

Over het rooster heen komt dan nog een laag worteldoek, om de aarde in de bak de houden.

worteldoek

Volgende week maar eens gaan bouwen, en dan is het wachten tot het tuinseizoen echt begint. Het zal mij benieuwen of het diep genoeg is. Het originele ontwerkt stelt eigenlijk dat de bakken 15 a 20 cm diep moeten zijn, maar 14,5 cm is blijkbaar een standaardmaat voor onbehandeld tuinhout (en je wilt onbehandeld hout, want agressieve tuinbeits in je sla smaakt niet). Geen preien of grote winterpenen dus. Nou ja, op een halve centimeter kijken we niet. Ook vruchtgroenten (tomaten, courgettes, dat werk) is nog even afwachten, want ik weet niet of op zes meter hoogte nog genoeg insecten rondvliegen om de boel te bevruchten. Misschien valt het mee, en anders moet ik maar met penselen in de weer. Gelukkig zijn er ook genoeg lekkere groenten die het niet van de vruchten maar van blad, knol of stengel moeten hebben. Laat het maar snel mooi weer worden!

Bijzettafeltje

Mijn eerste kennismaking met meubelmaken was tijdens de cursus meubelmaken van de stadswerkplaats in Utrecht. Onder leiding van meubelmaker Wim gingen we met een man of tien aan de slag om een bijzettafeltje met een laatje te maken. Uiteraard werden er zo veel mogelijk technieken in het ontwerp gepropt, want het was wel de bedoeling dat we er veel van zouden leren. Dat is wel gelukt.

Het ladetafeltje.

Dit is het uiteindelijke resultaat. Min of meer. Op de foto lijkt het misschien redelijk af, maar in werkelijkheid ligt het blad er nog los op, en moeten de meeste onderdelen nog verlijmd worden. Om van de afwerking nog maar te zwijgen.

Het ontwerp bestaat uit de volgende elementen:
–         vier poten van beukenhout;
–         zij- en achterregels van eikenhout;
–         een beuken laatje met eiken frontje en triplex bodem;
–         mdf blad met beuken fineer en eiken sierlijstje rondom.

De verschillende houtsoorten waren niet per se voor de mooi, maar vooral om te voelen hoe verschillend andere houtsoorten kunnen zijn. Het is interessant om te voelen hoe het eikenhout harder, maar ook brosser is als het (ook al vrij harde) beukenhout. Voor deze cursus had ik eigenlijk alleen met zacht vurenhout van de bouwmarkt gewerkt, en dat is toch een heel verschil.

Verschillende houtsoorten: pruimen, beuken, eiken, essen en iets tropisch.

V.l.n.r.: pruimen, beuken, eiken, beuken en iets tropisch. Op de achtergrond: vuren.

De poten zijn taps gezaagd voor een slanker effect en staan zelf ook nog wat schuin. De regels zijn met pen-en-gatverbindingen bevestigd. Deze verbindingen zijn op verschillende manieren gemaakt: met de hand, met de kolomboor, de langgatboor en de bovenfrees. Het laatje zit met handgemaakte zwaluwstaartverbindingen in elkaar. Bij het frontje zijn die half verborgen.

De sierlijst om het blad is vastgelijmd met hulp van de lamellofrees. Het laatje hangt in het frame aan een paar latjes (die met een halfhoutsverbinding bevestigd zijn ), waaraan twee L-vormige balkjes zijn geschroefd die in een groef in de zijkant van het laatje vallen.

Geleidegroef in het laatje.

Met 15 lessen van 3 uur (waarin het dus niet eens helemaal af is gekomen) was het een hele klus. Deels is dat te wijten aan het feit dat je in een cursus de nodige tijd besteed aan theorie en uitleg. Ook sta je regelmatig op elkaar te wachten bij de apparatuur. Hoort allemaal bij het leerproces. Het moeilijkste aan het project vond ik de schuine poten, waardoor ook de regels schuin moesten lopen. Op de een of andere manier kostte het mij grote moeite om dit op de goede manier te visualiseren en de juiste hoeken te berekenen en af te tekenen. Het eindresultaat is dan ook niet helemaal zoals gepland, laat staan helemaal netjes waterpas. Geeft verder niks, het is ten slotte mijn eerste meubel ooit.

Nu alleen nog een keer de tijd vinden om het ook helemaal af te maken. Daarvoor zal ik nog een keer naar Utrecht moeten, want door een meetfoutje moet er drie millimeter van het geleiderbalkje van de lade af. Dan nog de laatste verbindingen uitbeitelen voor het dwarsbalkje en dan kan de hele boel in elkaar gelijmd, opgeschuurd en in de olie gezet worden.