Posts Tagged ‘ fotografie ’

Chemigram

Na de fotogrammen en de lumenprints probeerde ik nog een derde vorm van cameraloze fotografie uit: het chemigram. De standaardmethode voor chemigrammen is om eerst met iets op fotopapier te tekenen, en dan het papier te ontwikkelen. Dat ‘iets’ kan van alles zijn, was, olie, siroop, inkt, wat je maar kunt bedenken. Waar het papier bedekt is, wordt het niet (of minder, of langzamer) ontwikkeld, en zo krijg je onvoorspelbare, vaak abstracte afbeeldingen.

Zelf gebruikte ik de methode uit dit artikel: Ik stempelde met blaadjes gedoopt in ontwikkelaar of fixeer op fotopapier. Rubber handschoenen zijn hierbij wel een goed idee als je niet de hele tijd met je handen in chemie wil zitten. Ik doopte een blaadje in de chemie, schudde er het overtollige vocht af (even lichtjes voorspempelen op een oude krant werkte ook goed), legde het op fotopapier en drukte het met een stukje keukenpapier stevig aan. Een seconde of twintig, dertig, en dan kijken wat het resultaat was. Ik deed verder geen moeite met donkere kamers of zo, mijn papier is zo oud, en het resultaat is sowieso geen fijn gedetailleerde print.

Bij de in ontwikkelaar gedoopte blaadjes fixeerde ik de print na het stempelen. Het resultaat waren donkere afdrukken op lichter papier. Bij de in fixeer gedoopte blaadjes liet ik het papier verder gewoon zoals het was. Dit leverde lichte afdrukken op donkerder papier op. Zelf vind ik de fixeerprints mooier, daar zit meer contrast en kleurverschil in, de ontwikkelaarprints zijn wat vlakker en bruiniger. Maar dat kan ook komen dat ik die het eerst maakte en nog een beetje in de techniek moest komen. In het begin waren mijn pogingen nog wat vlekkerig, door te veel chemie. Als de blaadjes te nat zijn, loopt de chemie uit en krijg je minder scherpe afdrukken. Je kunt verder ook mooi zien dat ik twee verschillende soorten papier heb gebruikt, de kleuren wijken duidelijk af.

Al met al toch weer een leuk experiment. Misschien ook maar eens de andere variant proberen.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Advertenties

120mm pinhole foto’s

Alweer een hele tijd geleden beweerde ik dat mijn medium format camera obscura nooit was uitgetest. Tsk, tsk, natuurlijk wel. Bij het opruimen van mijn archief met negatieven kwam ik zowaar een mapje ‘pinhole’ tegen met daarin 120mm negatieven. Dirk 3 is dus in gebruik geweest, en werkt uitstekend!

120mm pinhole foto.

120mm pinhole duister zelfportret.

Tikje onderbelichte 120mm pinhole foto.

Anthotype, stap twee

Ik ben iemand van de lange adem. (Anderen zouden zeggen: lui en lamzakkerig.) Een beetje project duurt bij mij dan ook altijd een tijd om tot ontwikkeling te komen. Zo ook de anthotypes. Maar zowaar, er is een tweede stap gezet: het voorbereiden van het fotopositief. In een vlaag van daadkracht heb ik mijzelf naar de winkel gesleept en aldaar transparantvellen aangeschaft. Van die plastic velletjes die in een grijs verleden op de overheadprojector als analoge powerpoint dienstdeden. Ze zijn nog te krijgen zowaar, gewoon bij de V&D.

 

Overheadsheets.

Vervolgens een aantal zwart-witfoto’s uitgekozen, het contrast nog wat opgekrikt, en hier en daar wat storende achtergrond weggehaald. Vervolgens de foto’s op de sheets geprint.

Ze zijn echt transparant.Op de sheets geprinte foto's.

En daarmee is stap twee dan voltooid. Voor stap drie heb ik voorlopig het excuus dat er de laatste tijd vrij weinig zon is…

Anthotypes

Ik wilde het al een hele tijd proberen, maar het kwam er maar niet van. De anthotype. Een prachtig stukje alternatieve fotografie, waarbij je plantensap op papier smeert bij wijze van foto-emulsie, en dan afdrukken maakt door het papier met daarop een fotopositief of dingen voor een fotogram een paar dagen (weken) in de zon te leggen. Ik hikte er alleen tegenaan om een heleboel bloemen door de mangel te moeten halen. Ik ben gehecht aan mijn bloemen. Maar toen ik er laatst weer eens aan dacht en nog eens wat rondneusde op internet, realiseerde ik me dat ik niet per se bloemen door de mangel hoef te halen. Ik heb een moestuin vol groenten tsjokvol kleurstoffen ten slotte.

Groene rucola en rode biet.

De rucola en het bietje die al een week in de koelkast lagen te verleppen konden zo toch nuttig aan hun eind komen. Met mes, staafmixer en vijzel werd de groente al snel tot een natte pulp vermalen. Bij de rucola heb ik nog een drupje water en een scheutje olijfolie toegevoegd omdat het wat aan de droge kant was, de biet was van zichzelf al vrij nat toen hij eenmaal geraspt was.

Gepulpte rucola. De biet kon gewoon geraspt worden. De rucolapulp in een kaasdoekje.

De pulp uitknijpen.Ja, daar zit wel kleurstof in.

Al snel had ik dus twee bakjes met felgekeurd sap op het aanrecht staan: groene rucolainkt, en knalrood bietensap.

De internetsites spreken meestal van aquarelpapier, maar dat heb ikniet in huis. Wat ik wel heb, is nog een stapeltje dik zelfgemaakt papier, dat ook al een eeuw ligt te wachten op een bestemming. Daar dus maar eens wat velletjes van opgegraven. Die op het aanrecht vastgetapet, om ze goed op hun plaats te houden als ik met natte zut ga klooien.

Tape het papier vast aan je werkoppervlak om het goed op zijn plaats te houden.

Met een schoon sponsje vervolgens voorzichtig het papier ingesmeerd met het groentesap. Het idee is om een paar lagen aan te brengen, en tussendoor te laten drogen. Zo krijg je uiteindelijk een mooie donkere laag kleur op je papier. Bij het maken van de afdruk verbleekt de ‘inkt’ i  de zon waardoor alleen de bedekte delen donker blijven. Hoe donkerder het dus in het begin is, hoe beter het contrast van je afdruk straks wordt.

Drogend papier.

En zo hebben we dus eenvoudig fotografisch papier gemaakt. Nu maar eens door mijn fotoarchief gaan snuffelen voor een geschikt plaatje. Of de tuin plunderen voor wat mooie takjes en blaadjes, om een beetje bij het plantaardige thema te blijven natuurlijk.

PS. Andere planten die nu in het seizoen zijn en die ook goed schijnen te werken:

  • spinazie
  • vlierbessen
  • bramen
  • rode dahlia’s
  • koffie
  • rode wijn

Er valt nog genoeg te experimenteren dus.

Splitzer

Op de lomografie-site kwam ik een leuke gadget tegen: de splitzer. Een schuifje dat je voor je cameralens zet waarmee je de helft van je beeld afdekt. Als je dan eerst de onderste helft afdekt en een foto neemt, en daarna de bovenste helft afdekt en zonder eerst door te spoelen een tweede foto van iets ander neemt, kun je leuke effecten krijgen.Helaas was het ding alleen verkrijgbaar voor de LCA en voor de Diana F+, en die camera’s heb ik niet. Wel een Diana Mini, waarmee hij goed zou samengaan. Gelukkig was het ding heel eenvoudig na te maken van wat stukjes restkarton en plakband. Iets minder geavanceerd, maar net zo effectief. En het spaart weer 12 euro uit, altijd fijn in tijden van crisis.

Men neme dus een stukje karton, trekke de lens over en knippe een rondje uit, met wat extra karteltjes om om te vouwen, en dat doormidden. Zoiets dus:

splitzer

 

Dan een strookje karton dat tot een ring wordt gevormd die precies om de lens heen past. Ongeveer met de diepte van de lensdop, dan zit ie goed. Kartonnen halve cirkel eroverheen vouwen (de karteltjes dan) en vastplakken met plakband. Goede lijm kan ook, maar die liet bij mij vrij snel weer los. Voor de sier kan er een tweede randje karton omheen in een leuk kleurtje en zonder plakband. Of niet. Resultaat:

Voorkant van de splitzer

Achterkant van de splitzer.Splitzer in actie.

En werkt het? Jazeker! Mijn eerste testrolletje heeft toch wel een paar verrekte leuke plaatjes opgeleverd, al zeg ik het zelf.

Links en rechts van de brug. Bloemen in stereo. De trein naar het park. Autotrein in het kwadraat.

Ik ben er blij mee. Zo’n dingetje is dus makkelijk te fröbelen voor elke camera waarmee je dubbele belichtingen kan doen. Met andere camera’s ook wel, maar dan moet je wel heel goed gaan markeren waar je rolletje begon in de camera. Ervaring leert dat ik daar zelf hopeloos slecht in ben, maar anderen schijnen het wel te kunnen.

Ontwikkelfail

Het valt niet mee, ontwikkelen. Na het nodige experimenteren dacht ik helemaal uitgevogeld te hebben hoe het werkt, en hoe ik mijn chemicaliën kan hergebruiken.Omdat zowel ontwikkelaar als fixeer door dezelfde slang worden afgevoerd door de Jobo 1500 was dat aanvankelijk nog een probleem.

De truc is: ernaast blijven staan. Niet heel erg praktisch, maar wat doe je eraan. Voor ik begin, spoel ik eerst de afvoerslang waar de chemicaliën door worden afgevoerd een paar keer goed uit (eerste puts spoelwater bij je chemisch afval natuurlijk), om vervuiling van mijn ontwikkelaar te vermijden. Dan de chemie erin, en wachten tot de boel op temperatuur is (dit duurt relatief lang, vooral in de winter in een koude schuur). Zorg dat de mengbeker voor de ontwikkelaar klaar staat onder de afvoerslang. Zodra de ontwikkelaar wordt geloosd, heb je nog een minuut of vijf (afhankelijk van het ontwikkelprogramma) om de slang wat rond te zwabberen en zo veel mogelijk ontwikkelaar weer op te vangen. Dan de mengbeker van de fixeer eronder voor die geloosd wordt (ik ga even uit van tweebads spul). Er zal wat ontwikkelaar meegespoeld worden met de fixeer, maar dat kan geloof ik niet zo veel kwaad. Andersom wel, vandaar dat je de slang na afloop (of van tevoren…) goed moet uitspoelen. Om mysterieuze redenen komt er altijd iets minder ontwikkelaar uit het apparaat dan fixeer (zelfs als je meegespoelde restjes ontwikkelaar meetelt). De opgevangen chemie kan nog een of twee keer worden gebruikt, al is het verstandig de ontwikkeltijd dan iets aan te passen (te verlengen).

So far, so goed.

Eerste run Tetanol.

Tweede run Tetanol.

Derde run Tetanol.

Dat ging een aantal keer goed, tot het fout begon te gaan. Aanvankelijk werden alleen mijn foto’s donker en groenig.

Groene dino's.

Nee, dit is niet ge-crossprocessed, dit was gewone kleurenfilm. Da hoort nie! Maar er was in elk geval nog beeld. Sindsdien heb ik al weer zeker vier rolletjes helemaal verneukt: totaal blanco. En waaraan het nu precies ligt? Ik weet het niet. Misschien toch verontreinigde ontwikkelaar? Maar waarom ging het die eerst epaar keer dan wel goed? Mijn huidige theorie is dan ook dat mijn chemie te koud heeft gestaan. De eerste paar keer dat ik chemie recyclede was het nog herfst, en erg zacht weer. Maar de laatste anderhalve maand is het een stuk kouder geweest, zeker ook in mijn schuur, waar ik alles had staan.

Nu heb ik mijn gebruikte chemie dus maar binnen staan, op (zo’n beetje) kamertemperatuur. Ik heb een paar rolletjes vol, maar durf niet goed. Wat als het weer misgaat? Dus toch misschien maar vast een half rolletje voor spek en bonen in de Isomat proppen en daarmee uitproberen. Het zou wel naar zijn als ik straks de ontzettend stoere Noorse sneeuwkampeerfoto’s zou vernaggelen…

Het blijft nog wat vallen en opstaan dus.

D’oh! Kodak Duaflex II

Op de vrijmarkt kocht ik eens een fraaie TLR (fotografenspeak voor twin lens reflex, ofwel een camera met twee lenzen boven elkaar, eentje die beeld aan de zoeker geeft, en eentje waardoor je foto genomen wordt; je kijkt er van bovenaf in). Bij thuiskomst bleek tot mijn lichte teleurstelling dat de Duaflex geen 120-film gebruikt, zoals ik dacht, maar 620-film. Dat is vrijwel dezelfde film, maar op een iets kleiner spoeltje gewonden en vrijwel niet meer te krijgen. Nou is hij ook wel leuk om alleen naar te kijken, maar het is toch jammer dat ie niet gebruikt kan worden.

Kodak Duaflex II

Nou ja, met wat halfslachtig geknutsel kon ik hem nog wel gebruiken voor TtV-fotografie (Trough the viewfinder), waarbij je met de ene camera een foto neemt door de zoeker van de andere camera. Dat leverde wel leuke foto’s op, maar vereist wel wat nabewerking in Photoshop. Bovendien moet je er wel iets van een kartonnen koker of zo omheen fröbelen tegen de lichtreflecties, en is het een hoop gepiel om dan goed schep te stellen met de digicam, en dan niet te bewegen (want dan klopt je focus weer niet meer) als je de foto maakt.

Kartonnen koker om de Duaflex.

Zicht door de zoeker van de Duaflex.

Maar goed, het resultaat is wel aardig:

Toch wilde ik de camera graag echt kunnen gebruiken. Gelukkig weet het internet altijd weer raad, en was ik dus een handleiding tegengekomen waarin werd uitgelegd hoe je 120-film overbrengt naar 620-spoeltjes. Probleem: ik heb maar één 620-spoeltje (dat nog in de camera zat toen ik hem kocht), en ik heb er twee nodig. Oplossing: internet. Een 620-spoeltje is bijna hetzelfde als een 120-spoeltje, alleen ietsje kleiner en dunner.

120- vs. 620-film620- vs. 120-film

De oplossing is dan ook vrij eenvoudig: schuur het grotere plastic spoeltje net zolang bij tot het even groot is als kleinere spoeltje. Een rotklusje, dat wel, maar niet moeilijk. Je moet alleen oppassen dat je niet te ver schuurt, want dan wordt ie te dun en breekt ie makkelijk. Voor de diameter begon ik met schuren, maar besloot ik al snel dat bijsnijden met een stanleymes sneller en makkelijker was. Wel opletten dat je het een beetje gelijkmatig doent natuurlijk, een ovaal spoeltje is ook weer niet handig.

Goed, na een kwartiertje stug doorschuren was mijn spoeltje er klaar voor dacht ik. Past ie in de camera? Hij past in de camera. Draait het spoel bij het doorspoelen, Hij… eh. Wacht even. Waar is de doorspoelknop? D’oh! Die is er niet. Ergens in de nevelen van het verleden verloren gegaan. Wat rest is een schroefgat.

Schroefgat met afwezige spoelknop.

Zucht… Terug naar de tekentafel dus, tot ik een vervanging voor de spoelknop heb gevonden…