Amoebe

gehaakte amoebe aan rugzak

In de categorie sculpturaal haken heb ik voor de wandelvakantie van afgelopen Pasen nog snel een rugzakhanger in elkaar gefröbeld. Ik vind hem wel geslaagd.

Hij lijkt misschien eerder een pantoffeldiertje dan een amoebe, maar de schijnvoetjes helpen de kenner natuurlijk snel uit de droom…

Advertenties

Daktuin the sequel

Had ik net alle materialen verzameld voor mijn daktuin, grijpt het lot weer keihard in. Op een goede manier, dat wel. Als verlaat verjaardagscadeau kreeg ik van mijn broer zomaar een vierkante meter tuin! Precies het idee dat ik voor mijn daktuin had, maar dan al voorgezaagd, met handige scharnierverbinding en latjes om het in mooie vakken te verdelen. Zo wordt het me wel heel makkelijk gemaakt.

vierkante meter tuin

Nu zal er nog wel wat getweaked moeten worden, want nog steeds geldt dat ik de bak iets van het dak af wil hebben, en dus een soort raster + worteldoek moet aanbrengen zodat de aarde er niet uitspoelt.

Lees verder

Kwal in wording

In de Natuurwetenschap en Techniek stond een leuk artikel over gehaakte en gebreide koralen en organen. Zie de site van NWT voor mooie plaatjes (misschien alleen in maart, tot het nieuwe nummer uit is, dat weet ik niet). Dat wil ik ook wel kunnen! Misschien toch het boek aanschaffen met de briljante titel Crocheting Adventures with Hyperbolic Planes. Maar goed, geïnspireerd door die mooie plaatjes wilde ik een kwal gaan haken. Nu kon ik zo snel geen fatsoenlijke patronen vinden, alleen maar van vrij suffe “schattige” kwalletjes.

Lees verder

Kistje

Tot nu toe het enige project dat af is gekomen is het kistje uit de cursus houten kistjes maken van de Stadswerkplaats.

berken kistje met pruimen deksel

Ik ben er wel blij mee, hoe het is geworden. Het mooie van zo’n kistje is dat het een relatief klein project is, dat bij wijze van spreken aan de keukentafel gedaan kan worden. Het resultaat is een ding dat als sierobject in het interieur past, maar ook prima in een kast opgeborgen kan worden. Dan kan er naar hartenlust gevarieerd worden met houtsoorten, afmetingen, afwerking en versieringen. Er zullen dus zeker nog meer kistjes volgen.

Het kistje is gemaakt van berkenhout, met een bodem van triplex, en een deksel van pruimenhout. Het is 26 x 15,5 x 9,5 cm. In het kistje is nog een los inzetbakje van 13 x 11 cm gezet.

kistje met inzetbakje

Werkwijze

Na het uitzoeken van de plankjes voor de zijkanten, en het bepalen van voor- en achterkant, en binnen- en buitenkant konden de zwaluwstaarten worden afgetekend. Van tevoren was er niet echt een plan voor die zwaluwstaarten, elke cursist kon zelf bekijken hoeveel en hoe groot hij ze wilde hebben. Ik heb gekozen voor 3 zwaluwstaarten: Niet te weinig, waardoor het er lomp uit zou zien, en niet te veel, wat veel werk is. Het hele kistje wordt eerst in elkaar gezet en vervolgens opengezaagd om een perfect passend deksel te maken. Daarom moet de bovenste zwaluwstaart 3 mm (de dikte van het zaagblad van de cirkelzaag) breder zijn dan de rest. Op die manier zijn na het openzagen alle zwaluwstaarten even breed.

de bouwtekening van het kistje

Met handzaag en beitel werden vervolgens alle zwaluwstaarten gemaakt. De volgende stap was het maken van de groeven voor de bodem en het deksel. Voor de bodem is het vrij simpel: een paar millimeter van de rand wordt met de cirkelzaag een groef gemaakt die precies zo dik is als het bodemplankje, en ongeveer de halve dikte van de zijnwandjes diep. Vervolgens wordt het bodemplankje op maat gemaakt: rondom een millimeter of twee groter dan de binnenmaat van het kistje. Op die manier schuift het straks makkelijk in elkaar: drie wandjes in elkaar zetten, bodem erin schuiven, vierde wandje erop. Het deksel werkt vergelijkbaar, alleen is dat dikker, en steekt het wat boven de randen uit.

detail deksel

Het maken van zwaluwstaartjes blijft toch een heel bevredigende activiteit. Mooi ook om te zien dat ik er sinds de vorige cursus (zie het tafeltje) echt beter in ben geworden. Oefening baart inderdaad kunst.

Inzetbakje

Het inzetbakje zit wat simpeler in elkaar. De latjes zijn afgezaagd onder een hoek van 45° waarna het in elkaar is gelijmd. Omdat zo’n lijmverbinding op kops hout niet heel sterk is, zijn er vervolgens verbindingsstukjes in gezet ter versteviging. Dat doe je door in de hoek een gleufje te zagen en daar dan latjes van de goede dikte in te lijmen. Als het droog is zaag en steek je het latje dan af, en houd je een contrasterend streepje over. Je kunt natuurlijk hetzelfde hout gebruiken, dan springt het wat minder in het oog. Zichtbaar blijft het denk ik toch wel. Maar ik vind het er leuk uitzien, dus dat geeft niet.

de verbindingsstukjes van het inzetbakje

Afwerking

Het uiteindelijke afwerken duurde zo’n beetje net zo lang als het maken/in elkaar zetten. Eerst doorzagen (het grootste deel met de cirkelzaag, het laatste stukje met de handzaag, dit om te voorkomen dat de kracht van de cirkelzaak het kistje uit elkaar trekt). Dan de zaagsnede netjes afsteken, bijschaven en opschuren. Voorzichtig, zodat het niet scheef gaat en je kieren tussen deksel en kistje krijgt. Groefjes uitfrezen waar het scharniertje precies in past en het scharniertje monteren. Dat is ook nog bewerkelijker dan je zou denken. Om het goed recht te kunnen monteren moeten deksel en kistje op dezelfde hoogte liggen, en precies recht met de juiste tussenruimte (de helft van de dikte het scharnierpunt als ik het me goed herinner, of was het iets meer?) vastklemmen. Dan de schroefgaatjes voorboren en de schroefjes indraaien. Alles bij elkaar ben je zo anderhalf uur verder.

scharniertjes

Dan zaten er door het zagen van de groeven voor bodem en deksel nog wat gaatjes in de zijkanten bij de zwaluwstaarten. Dat is redelijk goed weg te werken door uit hetzelfde hout als de zijkanten (berken dus) pennetjes te snijden en die vast te lijmen. Na het drogen kunnen de uitstekende delen dan weer netjes worden afgestoken en vlak geschuurd.

de opgevulde gaatjes

Na afloop de schuurmachine er goed overheen halen met fijn schuurpapier, en dan kan het in de olie gezet. Walnotenolie van de Appie in dit geval: goedkoop (vergeleken met professionele afwerkingsmiddelen) en heel geschikt voor meubels.

Keldertrapje

Na de verbouwing van onze badkamer is onze kelder een stuk groter geworden. Om de badkamer groter te kunnen maken moest namelijk de trap worden verplaatst, waardoor uiteindelijk onder de trap veel meer ruimte kwam te zitten.

de oude badkamerde nieuwe badkamer

Een grotere kelder dus. Daar passen langere planken in, waarvan ik het einde niet meer kan bereiken vanaf het trapje bij de deur. Er moet dus een extra keldertrapje komen. Die kun je voor een tientje bij IKEA aanschaffen natuurlijk, maar zelf maken is leuker. Onder het motto beter goed gejat dan slecht bedacht nemen we wel grofweg het IKEA-ontwerp, maar dan met de maten en details die ik wil. Iets lager dan bij IKEA: 22 cm per trede vind ik wel genoeg. Even breed, dus 44 cm. De diepte laat ik afhangen van wat de bouwmarkt (of de zolder) aan hout te bieden heeft. Ga ik nodig hebben: zes balkjes (4 korte, 2 lange), 7 regels, of zou 8 beter zijn? (3 of 4 lange, 4 korte), en 2 treeplankjes (een bredere voor boven, een smallere voor onder). Als ik de brede plank uit twee smallere maak, kan ik er nog een handvat in maken. Dan de smalle de helft van de brede? Of zou dat te smal worden (of juist te breed, bij de bovenste). Nog een gewetensvraag: zet ik de poten iets schuin (mooier), of maak ik het trapje recht (makkelijker)?

In Sketchup durf ik het alleen recht aan:

ikea rip-off

Misschien moet ik eerst maar eens alle andere projecten afronden, en alle verbouwingsdingen afwerken.

daktuin

Al jaren ligt ons platdak op zolder er kaal en nutteloos bij.

Nutteloos platdak.

Ook wil ik al jaren weer een volkstuin om groenten van eigen kweek te kunnen eten. Het moet alleen wel dichtbij huis, en ik houd ook niet zo van verplicht onkruid wieden en corvee. Nu las ik in een Groei en Bloei van mijn moeder over de Makkelijke Moestuin, een methode om in verhoogde bakken heel makkelijk groenten te kweken. Dat lijkt mij wel wat. Nu heeft mijn achtertuin het formaat van een klein uitgevallen postzegel, en kijk ik vanuit de tuinstoel ook liever aan tegen wat vrolijke bloemen dan tegen een stel slakroppen. Maar gelukkig heb ik dat nutteloze platdak. Volgens mij moet een beetje dak van de bouwnormen een meter sneeuw kunnen dragen, en stilstaand regenwater weegt ook best wat, dus twee flinke plantenbakken gevuld met aarde moet ook wel lukken.

Bij de bouwmarkt dus wat planken aangeschaft (onbehandeld larix met FSC-keurmerk) om twee bakken te kunnen maken van 120 x 60 x 14,5 cm.Die staan nu op het dak te acclimatiseren. Misschien een beetje overbodig, aangezien ze starks gevuld gaan worden met vochtige aarde en dus vrijwel zeker toch gigantisch krom gaan trekken, maar eigenlijk had ik gewoon niet zo’n zin om meteen al te gaan schroeven.

acclimatiserend hout

Omdat ik de bakken iets van de grond af wil houden, moet er ook iets van een bodem in. Daar heb ik een tijdje over lopen peinzen. Het moet stevig genoeg zijn dat hij de aarde houdt, maar liefst ook waterdoorlatend, anders wordt het zo’n zomp. Aanvankelijk dacht ik aan een raster van latjes, maar dat is nogal bewerkelijk (of duur, als je het kant en klaar koopt). Toen bedacht ik dat kippengaas heel geschikt was, maar dat is alleen in rollen van een paar meter te koop, en in net niet de goede breedte, dus dan moet ik ook weer op zoek naar een kniptang. Nu heb ik bedacht dat de snoeitakken van de vlinderstruik misschien wel geschikt zijn voor een rooster onder de bakken. Ze hebben in elk geval de goede lengte. Heel vlak zal het niet worden, maar omdat ze met de rubber tegels op het dak toch een centimeter of twee omhoog getild worden zou dat niet uit moeten maken.

snoeihout

Over het rooster heen komt dan nog een laag worteldoek, om de aarde in de bak de houden.

worteldoek

Volgende week maar eens gaan bouwen, en dan is het wachten tot het tuinseizoen echt begint. Het zal mij benieuwen of het diep genoeg is. Het originele ontwerkt stelt eigenlijk dat de bakken 15 a 20 cm diep moeten zijn, maar 14,5 cm is blijkbaar een standaardmaat voor onbehandeld tuinhout (en je wilt onbehandeld hout, want agressieve tuinbeits in je sla smaakt niet). Geen preien of grote winterpenen dus. Nou ja, op een halve centimeter kijken we niet. Ook vruchtgroenten (tomaten, courgettes, dat werk) is nog even afwachten, want ik weet niet of op zes meter hoogte nog genoeg insecten rondvliegen om de boel te bevruchten. Misschien valt het mee, en anders moet ik maar met penselen in de weer. Gelukkig zijn er ook genoeg lekkere groenten die het niet van de vruchten maar van blad, knol of stengel moeten hebben. Laat het maar snel mooi weer worden!

Reparatiesaga

We waren in Noorwegen, om met een groep leuke mensen een mooie sneeuwschoenentocht te maken. Stralend weer, ijzige vlaktes, spectaculaire kampeerplekken, je kent het wel.

Maar naar mate de tocht vorderde werden we steeds meer geplaagd door slecht materiaal. Nu worden veel materialen aangetast door de lage temperaturen waar we in rondliepen (gemiddeld zo tussen de -10 en -20), maar een aantal defecten waren echt te wijten aan slechte leveranciers. Gelukkig was er binnen de groep genoeg reparatietalent aanwezig om elke ons door het lot toegeworpen hindernis te kunnen overwinnen. Een overzicht:

  • Tik, zei mijn rits, en toen wilde mijn jas niet meer dicht. Niet handig in de winter. Gelukkig zijn er tie-wraps (Wat, geen tie-rips? Nee, tie-wraps.).
  • Niet alleen mijn wanten begaven het, ook die van Jytte. Ook zij kan duimen stoppen.

  • Had ik speciaal voor deze tocht mijn slaapzak laten bijvullen, naaien ze hem niet goed dicht! Bij het opschudden van de zak vloog er opeens een hele wolk veertjes op. Gelukkig begaf de naad het pas toen we na drie nachten kamperen in een hut waren aanbeland. Nu kon ik de slaapzak bij een confortabele temperatuur van ver boven nul repareren in plaats van rillend in een ijskoude tent.
    Opnieuw dichtgenaaide slaapzak.
  • Alle voorafgaande reparaties vallen volledig in het niet bij het sneeuwschoenenverhaal. Na jarenlang naar volle tevredenheid sneeuwschoenen te hebben gehuurd, kregen we dit jaar van de verhuurder een partij onvervalste meuk mee. 5 van de 18 schoenen zijn gesneuveld. En nee, we hebben er geen rare dingen mee gedaan. Er waren twee soorten defect: de zogenaamde Jolanda-breuk (vernoemd naar de heldhaftige persoon die twee van die kapotte schoenen meenam en ons haar eigen schoenen leende toen ze ziet omkeerde), waarbij er een vrij eenvoudige breuk in het metaal zit. Vervelend, maar je kunt er wel op doorlopen. Drie sneeuwschoenen kregen uiteindelijk zo’n breuk.
    Het tweede defect, de Saar-breuk, is ernstiger. Hierbij breekt er een palletje in het scharnier dat het metalen schoen-deel aan het plastic verbindt. Dit is het deel van de sneeuwschoen waar de meeste kracht op komt, en het is dan ook verrekte onhandig als dit het begeeft. Dit gebeurde aan het begin van de vierde loopdag, met nog viereneenhalve loopdag te gaan. De reparateurs (aangevoerd door meesterbrein Jeroen) hadden dan ook even tijd nodig om uit te vogelen hoe hiermee verder te kunnen.
    Een sneeuwschoen begeeft het.

    Na enig prutten met messen om te kijken of het schoefje terug kon worden gezet (nee), werd de boel met een spanbandje vastgesjord.

    Al vrij snel bleek dit niet voldoende te zijn. Niet alleen sleet het bandje in rap tempo door, ook aan de voorkant kwam de schoen los. Voorlopig werd er een spanbandje bij geknutseld. Gelukkig kwamen we die avond aan in een hut, en hadden we voor de volgende dag een rustdag ingepland. Alle tijd dus om wat door schuurtjes te snuffelen of er misschien nog wat reparatiemateriaal voorhanden was. Zo kon uiteindelijk met wat tweedehands ijzerdraad de definitieve sneeuwschoenreparatie worden uitgevoerd.

    sneeuwschoenreparatie met ijzerdraad en spanbandje

    Als extra garantie werd er met een oude zaag van een plankje ook nog een soort hulpstuk gemaakt dat ik geval van nood met wat oud nylonkoord onder de sneeuwschoen zou kunnen worden gesjord.

    Ik denk dat we allemaal dankbaar kunnen zijn dat we die niet hebben hoeven gebruiken…
    Toen twee dagen daarna nog een tweede sneeuwschoen een Saar-breuk opliep was de reparatieploeg al zo doorgewinterd dat vrij snel de goede spanbandsjorring kon worden toegepast.

    de twee gerepareerde sneeuwschoenen
    Foto: Jeroen Bergmans

    De moraal van dit verhaal: neem altijd genoeg spanbanden mee.

Advertenties