Reparatiesaga

We waren in Noorwegen, om met een groep leuke mensen een mooie sneeuwschoenentocht te maken. Stralend weer, ijzige vlaktes, spectaculaire kampeerplekken, je kent het wel.

Maar naar mate de tocht vorderde werden we steeds meer geplaagd door slecht materiaal. Nu worden veel materialen aangetast door de lage temperaturen waar we in rondliepen (gemiddeld zo tussen de -10 en -20), maar een aantal defecten waren echt te wijten aan slechte leveranciers. Gelukkig was er binnen de groep genoeg reparatietalent aanwezig om elke ons door het lot toegeworpen hindernis te kunnen overwinnen. Een overzicht:

  • Tik, zei mijn rits, en toen wilde mijn jas niet meer dicht. Niet handig in de winter. Gelukkig zijn er tie-wraps (Wat, geen tie-rips? Nee, tie-wraps.).
  • Niet alleen mijn wanten begaven het, ook die van Jytte. Ook zij kan duimen stoppen.

  • Had ik speciaal voor deze tocht mijn slaapzak laten bijvullen, naaien ze hem niet goed dicht! Bij het opschudden van de zak vloog er opeens een hele wolk veertjes op. Gelukkig begaf de naad het pas toen we na drie nachten kamperen in een hut waren aanbeland. Nu kon ik de slaapzak bij een confortabele temperatuur van ver boven nul repareren in plaats van rillend in een ijskoude tent.
    Opnieuw dichtgenaaide slaapzak.
  • Alle voorafgaande reparaties vallen volledig in het niet bij het sneeuwschoenenverhaal. Na jarenlang naar volle tevredenheid sneeuwschoenen te hebben gehuurd, kregen we dit jaar van de verhuurder een partij onvervalste meuk mee. 5 van de 18 schoenen zijn gesneuveld. En nee, we hebben er geen rare dingen mee gedaan. Er waren twee soorten defect: de zogenaamde Jolanda-breuk (vernoemd naar de heldhaftige persoon die twee van die kapotte schoenen meenam en ons haar eigen schoenen leende toen ze ziet omkeerde), waarbij er een vrij eenvoudige breuk in het metaal zit. Vervelend, maar je kunt er wel op doorlopen. Drie sneeuwschoenen kregen uiteindelijk zo’n breuk.
    Het tweede defect, de Saar-breuk, is ernstiger. Hierbij breekt er een palletje in het scharnier dat het metalen schoen-deel aan het plastic verbindt. Dit is het deel van de sneeuwschoen waar de meeste kracht op komt, en het is dan ook verrekte onhandig als dit het begeeft. Dit gebeurde aan het begin van de vierde loopdag, met nog viereneenhalve loopdag te gaan. De reparateurs (aangevoerd door meesterbrein Jeroen) hadden dan ook even tijd nodig om uit te vogelen hoe hiermee verder te kunnen.
    Een sneeuwschoen begeeft het.

    Na enig prutten met messen om te kijken of het schoefje terug kon worden gezet (nee), werd de boel met een spanbandje vastgesjord.

    Al vrij snel bleek dit niet voldoende te zijn. Niet alleen sleet het bandje in rap tempo door, ook aan de voorkant kwam de schoen los. Voorlopig werd er een spanbandje bij geknutseld. Gelukkig kwamen we die avond aan in een hut, en hadden we voor de volgende dag een rustdag ingepland. Alle tijd dus om wat door schuurtjes te snuffelen of er misschien nog wat reparatiemateriaal voorhanden was. Zo kon uiteindelijk met wat tweedehands ijzerdraad de definitieve sneeuwschoenreparatie worden uitgevoerd.

    sneeuwschoenreparatie met ijzerdraad en spanbandje

    Als extra garantie werd er met een oude zaag van een plankje ook nog een soort hulpstuk gemaakt dat ik geval van nood met wat oud nylonkoord onder de sneeuwschoen zou kunnen worden gesjord.

    Ik denk dat we allemaal dankbaar kunnen zijn dat we die niet hebben hoeven gebruiken…
    Toen twee dagen daarna nog een tweede sneeuwschoen een Saar-breuk opliep was de reparatieploeg al zo doorgewinterd dat vrij snel de goede spanbandsjorring kon worden toegepast.

    de twee gerepareerde sneeuwschoenen
    Foto: Jeroen Bergmans

    De moraal van dit verhaal: neem altijd genoeg spanbanden mee.

Advertenties

Wanten

Vorig jaar heb ik in IJsland een paar wollen wanten gekocht. Ze zijn lekker warm en zacht, maar niet helemaal bestand tegen mijn fiets geloof ik. Dankzijn scherpe randjes aan mijn stuur, en gehannes met een klemmend slot, vielen er gaten in de duimen. Gelukkig valt dat goed te repareren. Met een contrasterende kleur voor de leuk.

wantenduimenduimreparatie

Ik kwam op internet (via Platform 21) ook nog zogenaamd wolplamuur tegen. Daarmee kun je ook gaten in wollen kleding repareren door een soort viltkoekje op het kledingstuk te maken. Klinkt heel handig voor al mijn wollen truien met mottengaten, al kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat je voor een fractie van het bedrag ook een pluk wol en een viltnaald uit de hobbywinkel zou kunnen gebruiken…

Bijzettafeltje

Mijn eerste kennismaking met meubelmaken was tijdens de cursus meubelmaken van de stadswerkplaats in Utrecht. Onder leiding van meubelmaker Wim gingen we met een man of tien aan de slag om een bijzettafeltje met een laatje te maken. Uiteraard werden er zo veel mogelijk technieken in het ontwerp gepropt, want het was wel de bedoeling dat we er veel van zouden leren. Dat is wel gelukt.

Het ladetafeltje.

Dit is het uiteindelijke resultaat. Min of meer. Op de foto lijkt het misschien redelijk af, maar in werkelijkheid ligt het blad er nog los op, en moeten de meeste onderdelen nog verlijmd worden. Om van de afwerking nog maar te zwijgen.

Het ontwerp bestaat uit de volgende elementen:
–         vier poten van beukenhout;
–         zij- en achterregels van eikenhout;
–         een beuken laatje met eiken frontje en triplex bodem;
–         mdf blad met beuken fineer en eiken sierlijstje rondom.

De verschillende houtsoorten waren niet per se voor de mooi, maar vooral om te voelen hoe verschillend andere houtsoorten kunnen zijn. Het is interessant om te voelen hoe het eikenhout harder, maar ook brosser is als het (ook al vrij harde) beukenhout. Voor deze cursus had ik eigenlijk alleen met zacht vurenhout van de bouwmarkt gewerkt, en dat is toch een heel verschil.

Verschillende houtsoorten: pruimen, beuken, eiken, essen en iets tropisch.

V.l.n.r.: pruimen, beuken, eiken, beuken en iets tropisch. Op de achtergrond: vuren.

De poten zijn taps gezaagd voor een slanker effect en staan zelf ook nog wat schuin. De regels zijn met pen-en-gatverbindingen bevestigd. Deze verbindingen zijn op verschillende manieren gemaakt: met de hand, met de kolomboor, de langgatboor en de bovenfrees. Het laatje zit met handgemaakte zwaluwstaartverbindingen in elkaar. Bij het frontje zijn die half verborgen.

De sierlijst om het blad is vastgelijmd met hulp van de lamellofrees. Het laatje hangt in het frame aan een paar latjes (die met een halfhoutsverbinding bevestigd zijn ), waaraan twee L-vormige balkjes zijn geschroefd die in een groef in de zijkant van het laatje vallen.

Geleidegroef in het laatje.

Met 15 lessen van 3 uur (waarin het dus niet eens helemaal af is gekomen) was het een hele klus. Deels is dat te wijten aan het feit dat je in een cursus de nodige tijd besteed aan theorie en uitleg. Ook sta je regelmatig op elkaar te wachten bij de apparatuur. Hoort allemaal bij het leerproces. Het moeilijkste aan het project vond ik de schuine poten, waardoor ook de regels schuin moesten lopen. Op de een of andere manier kostte het mij grote moeite om dit op de goede manier te visualiseren en de juiste hoeken te berekenen en af te tekenen. Het eindresultaat is dan ook niet helemaal zoals gepland, laat staan helemaal netjes waterpas. Geeft verder niks, het is ten slotte mijn eerste meubel ooit.

Nu alleen nog een keer de tijd vinden om het ook helemaal af te maken. Daarvoor zal ik nog een keer naar Utrecht moeten, want door een meetfoutje moet er drie millimeter van het geleiderbalkje van de lade af. Dan nog de laatste verbindingen uitbeitelen voor het dwarsbalkje en dan kan de hele boel in elkaar gelijmd, opgeschuurd en in de olie gezet worden.

Oogbol

Bij het rondsnuffelen op internet naar aanleiding van de baardmuts kwam ik de meest fantastische haakpatronen en –werkstukken tegen. Gehaakte chtulu’s, reuzenkwallen, flying spaghetti monsters, sushi, noem maar op. gehaakte oogbol Er is nog veel leuks te maken. Deze oogbol zag er simpel genoeg uit dat ik hem ook wel kon maken. Wol gekocht dus, en aan de slag. Het resultaat is niet onaardig, al puit de iris een beetje kegelvormig uit. Hij is wel een beetje groter geworden dan ik dacht. Leermomentje over de dikte van het garen en de naald in relatie tot de grootte van het werkstuk. Misschien was hij met katoenen garen ook wat compacter geworden, minder fluffy. De bol is opgevuld met wat oude lapjes.

Wilde plannen

Ik heb het eerder gezegd: er staat nog van alles half afgemaakt te wezen. Toch heb ik alweer plannen genoeg voor nieuwe projecten.

  • Een ervan is het handdoekenrekje. De nieuwe badkamer is schitterend geworden, maar mist nog een plek om de handdoeken uit te hangen na het douchen. De radiator is te design om er iets overheen te kunnen hangen, en het teakhouten meubel nog te mooi en nieuw om er al ijzeren beugels in te gaan schroeven. Zelf dacht ik aan een beugel in de deur, maar de Man des Huizes ziet meer in een los rekje. Na enige discussie of het dan niet te vol zou worden heb ik dan toch maar eens wat tekeningetjes gemaakt.
    Dat was meteen een mooi excuus om Google SketchUp eens te downloaden en uit te proberen. Na een paar uur prutsen en schreeuwen tegen mijn beeldscherm ben ik er dan toch nog in geslaagd iets toonbaars te produceren. Ik twijfel of SkechUp een vast onderdeel van mijn ontwerpproces gaat worden. Ik krijg het maar niet onder de knie om de lijnen om de goede plek te krijgen in 3D. Vooralsnog houd ik het maar gewoon bij potlood en papier.
    Dit was de eerste variant, met twee ronde koppeldelen tussen de poten.
    versie 1 van het handdoekenrekje

    De aangepaste versie gaat uit van een koppelplank, die platter is, en dus meer ruimte bied voor de uitsparing. Ook denk ik dat het misschien voor de stevigheid beter is nog een paar koppelstukken tussen de rekjes te zetten. Niet te hoog natuurlijk, anders kunnen er geen bredere handdoeken meer over hangen.

    versie 2 van het handdoekenrekje

    Het geheel moet ongeveer 75 cm hoog, 45 breed en 35 diep worden. Veel groter en het wordt inderdaad een volgepropte bende in de badkamer, veel kleiner en mijn favoriete handdoek past er net goed overheen.
    Uit gemakzucht wil ik de dwarsleggers niet met een echte pen-en-gatverbinding vastmaken, maar in een eenvoudige groef schuiven. Het is tenslotte niet alsof er heel veel kracht op komt te staan, en de kracht die erop komt, zal van boven naar beneden zijn, niet zijwaarts. Ga ik natuurlijk wel netjes moeten zagen/frezen, dat je geen kieren gaat zien.

    Houtverbinding met groef.

  • We blijven in de wassfeer met het volgende plan: de waszakhouder. Al jaren hebben we als waszak een oude luchtpostzak. Tot mijn volle tevredenheid kan ik zeggen, maar ja, die Man des Huizes weer he? ‘Een op de grond liggende zak staat rommelig.’ Volgt een discussie over het in de zak stoppen van de vuile sokken in plaats van ze alleen maar in de richting van de zak te gooien, via ‘wat is er nou mis met een echte wasmand’ en ‘ik ben gehecht aan die postzak’ (zijnde een sentimenteel overblijfsel van een leuke bijbaan tijdens de zorgeloze studententijd) tot het uiteindelijke ‘ik zal er eens over nadenken’. Enfin, alles (nou ja, veel) om hem gelukkig te maken natuurlijk, vandaar het idee voor een standaard waar de postzak op ordelijke wijze in kan hangen, open en wel om toegeworpen sokken op te vangen.SketchUp weigerde hardnekkig mijn gedachten om te zetten in beelden. Leve het papier.
    ontwerp voor waszakhouder
    Het worden dus twee rechthoekige ramen, de ene iets groter dan de andere. Die worden in het midden met een scharnierpunt aan elkaar gemaakt, en met stoffen banden zo gesteld dat ze niet te ver open klappen. Een paar haken bovenaan om de postzak in op te hangen maken het af.
  • In de studeerkamer staan twee schragen met een lange plank erover zich voor te doen als een bureau.  Met in plaats van die twee schragen eenvoudige kastblokjes ziet het er meteen een stuk netter uit. Daar kan dan meteen een heleboel troep in die nu losjes door de kamer zweeft.

  • Al sinds we een tuin hebben (tweeëneenhalf jaar) hikken we tegen het kopen van een fatsoenlijke tuintafel aan. Niet alleen zijn de krengen duur, voor een autoloos huishouden is het ook nog klap lastig om ze tuis te krijgen. Tuurlijk kunnen ze altijd bezorgd worden, maar dat is ook weer zoiets (lees: daar zijn we te krenterig voor). Nu kwam ik per toeval een pdf-je van de gamma tegen met een werkbeschrijving voor een supereenvoudige, maar helemaal niet onaardige tuintafel, die bovendien makkelijk in afmetingen aan te passen is. Hmmm…
    tuintafel

    Excuses voor het crappy geconverteerde plaatje.

Uitstelgedrag

Tot nu toe heb ik nog drie half afgemaakte meubelprojecten staan. (tafeltje, tuintafel en zaagbankje) Een beetje met het idee dat als ik maar eenmaal een werkbank/bovenfrees/tijd om naar de open werkplaats te gaan/de zolder opgeruimd heb, het heel snel af is. Zo schuif ik dat allemaal al maanden voor me uit.

Toch lijkt het er binnenkort dan echt van te gaan komen. De workmate is aangeschaft, de zolder opgeruimd, de bovenfrees als verjaarsdagscadeau gevraagd (Moeder: ‘Wat wil je hebben voor je verjaardag?’ Ik: ‘Een bovenfrees.’ Moeder: ‘Een wat? Een bovenfrees? Wat is dat?’ Ik: ‘Eh, een gereedschap, om eh, te frezen. Voor het meubelmaken.’ Moeder:’ Een bovenfrees! Nooit van gehoord. Waar koop je dat?’ Ik: ‘Eh, een bouwmarkt denk ik.’ Moeder: ‘Een bovenfrees. Nou ja, ik heb het nu een paar keer hardop gezegd, ik denk dat je vader het nu wel opgepikt heeft. Een bovenfrees.’). Geen excuses meer! Zodra we terug zijn van vakantie…

Baardmuts

Ik kwam een prachtige muts met geïntegreerde baard en snor  tegen op internet. Lijkt me perfect voor koude tochten: lekker warme wol, en je halve gezicht is meteen bedenkt en beschermd. Alleen is hij wel een beetje duur (135 dollar). Zelfs de imitatie van Beard Head is met 29 dollar nog wat aan de prijzige kant. Gelukkig is er instructables! Alwaar een patroon stond om er zelf een te haken. Dat hield wel in dat ik eerst een haaknaald en wol moest aanschaffen en moest leren haken. Dat blijkt gelukkig helemaal niet moeilijk te zijn, en het resultaat is dan ook best aardig geworden voor een eerste poging ooit. Als kleine variatie heb ik de snor niet vastgenaaid, maar met knopen bevestigd. Da’s misschien prettiger als ik het ding ook echt ga gebruiken tijdens de sneeuwtocht in Noorwegen volgende week.

De baardmuts in actie.

En dat is hem dan in actie in Noorwegen. De meeste tijd heb ik hem zonder snor gedragen, maar verder beviel hij uitstekend. Lang niet zo zweterig als een fleecemuts.