Simpel aantekenboekje

In een verveelde bui scrolde ik weer eens langs Pinterest. Ik zag weer allerlei fraaie handgebonden boekjes langskomen, en raakte daardoor zelf ook weer eens geïnspireerd. Het resultaat is een simpel notitieboekje: 1 katern, met een cahiersteek of pamphlet stitch  ingenaaid in een dunne kartonnen omslag. Het katern was van restpapier van de printer (van die vellen met maar een paar regels erop) en het karton was een stuk verpakking dat ik van binnen gewoon grijs liet, en van buiten beplakte met bruin-met-grijs inpakpapier dat bij de kleur van het karton paste. De randen van het omslag plakte ik af met washi-tape met een patroon dat bij het papier paste (het was een gelukkig toeval dat tape en papier bij elkaar pasten, ik allebei gewoon nog in huis)

Boekje

Boekje

Supersimpel, maar ik ben er heel tevreden mee. Het ziet er gelikt uit, maar ik simpel en goedkoop genoeg om het daadwerkelijk te gaan gebruiken.

Ik heb me voorgenomen om komend jaar weer wat meer boekjes te maken, want ik vind het toch wel erg leuk om te doen. Wordt vervolgd dus!

Advertenties

Snapsights opgelapt

Opgekalefaterde Snapsights

Opgekalefaterde Snapsights

Een van mijn favoriete camera’s is de Snapsights onderwatercamera. Niet om daadwerkelijk mee onder water te fotograferen, maar om mee te gebruiken in regenachtig weer of in de sneeuw. Met zijn plastic omhulsel is hij niet alleen waterdicht, maar kan hij ook nog tegen een stootje. De ideale buitensportcamera dus. (Nou ja, als er genoeg licht voorhanden is dan, hij heeft wel maar een piepklein plastic lensje.)

Tot ik een maand geleden tijdens een trip de film niet meer geladen kreeg. Wat ik ook deed, de film pakte niet, ik kon niet doorspoelen. Ik heb een uur zitten prutsen, zeker 25 cm film verpest, en toen moest ik het opgeven. Voor een volgend tripje probeerde ik het weer, maar alweer wilde het niet. De sprocketholes van de film wilde maar niet pakken op de karteltjes van de as in de camera. Nu heb ik gelukkig nog een Snapsights, precies voor het geval nummer één het zou begeven, maar ik baalde natuurlijk wel.

Ik weigerde het erbij te laten zitten, en van de week probeerde ik nog één keer een oplossing te verzinnen. De film leek alleen te willen pakken als hij de hele tijd strak stond. Maar zodra ik had doorgespoeld en het spoelwieltje losliet, viel de spanning weg, en kwam de film weer los van de as, om niet meer vast te willen. Het leek alsof het tandwieltje dat in de buitenschil zit niet goed tegen het spoelwieltje van de camera zelf aan kwam. Alsof de camera wat steviger tegen dat wieltje aan gedrukt moest worden. Om dat voor elkaar te krijgen stopte ik een stukje karton voor de camera in de schil, waardoor de camera wat steviger tegen de achterwand werd geduwd. En verdomd, het leek te werken! Zelfs toen ik het kartonnetje naar de zijkant, voor de lens weg, schoof. Hij doet het weer. Hij is er niet mooier op geworden, met wat slordig karton erop getapet, en nog wat plakband over wat barsten in de schil ( toen ik toch bezig was…), maar ach.

Snapsights leeft!

Poging tot lightpainting

Zuchtend en steunend zette ik me dan toch maar aan het lightpainten. Project lightpainting stond eigenlijk al maanden geleden op het programma, maar ik had er destijds niet bij nagedacht dat het ’s zomers pas heel laat donker wordt. Niet praktisch. Een overdaad aan licht was daarna steeds een goed excuus om het weer even uit te stellen.

Het leek me bij nader inzien namelijk maar lastig. Waar vind ik een ruimte die voldoende donker is, zelfs ’s nachts in de herfst? Overal schijnt wel weer ergens een lantaarnpaal, een apparatuurledje, passerend verkeer, noem maar op. Gedoe. Maar goed, je kunt niet eeuwig blijven uitstellen, dus met frisse tegenzin besloot ik er dan maar de laatste twee instaxen die nog in een camera zaten aan te wagen. Gewoon, om er vanaf te zijn.

Alle lichten uit, de camera naar de achterkant van de kamer gericht, weg van de straatlantaarn. Op een statiefje en op de B-stand opengezet. Met een fietslampje tekende ik wat spiralen. Ik ging er blind vanuit dat het niks zou worden. Maar tot mijn lichte verbazing zag ik toch een heel klein lichtspoor op de foto. Nou ja, dan die laatste foto ook maar even, en dan langzamer tekenden in de lucht. En zowaar, een lightpainting!

Lightpainting. Diana F+ Intant Back met Fuji Instax Mini film.

Lightpainting. Diana F+ Intant Back met Fuji Instax Mini film.

Nou ja, en toen werd het toch nog wel even leuk. Heel veel puf om op zoek naar een mooie locatie te gaan of intensief te experimenteren had ik nog steeds niet, maar een beetje knutselen is wel leuk op een verregende zaterdag. En ik wilde toch altijd al eens lichtstencils proberen. Op deze site staat hoe je dat aanpakt, met extreem veel betere voorbeeldfoto’s dan mijn uiteindelijke resultaat.

Eerst maar wat gewone fietslampjestekeningen, om erin te komen.

Ik besloot mijn project bij uitzondering met de digicam te doen. Nou heeft die geen volledige handmatige instellingsmogelijkheden (ik gebruikte de vuurwerkstand), maar het voordeel is dat ik ook geen kapitalen aan film kwijt ben. Da’s wel een groot voordeel, want het lichtstencil dat ik in elkaar fröbelde had wel even wat testruns nodig voor het een acceptabel resultaat leverde. Soort van. Mijn flitser geeft zo veel licht dat ik steeds meer lagen papier achter mijn sjabloontje moest plakken, omdat het anders steeds een overbelichte lichtvlek werd in plaats van een herkenbaar figuurtje. Maar uiteindelijk was er een plaatje te zien.

Lightpainting met lichtstencil. Ricoh WG-4 on de vuurwerkstand (F2.8, 4 sec., 125 ISO).

Lightpainting met lichtstencil. Ricoh WG-4 on de vuurwerkstand (F2.8, 4 sec., 125 ISO).

Mijn stencil is wat aan de kleine kant, maar als je flink inzoomt is de vleermuis zowaar herkenbaar. Het geeft in elk geval wel hoop voor een tweede versie, die groter is, en op een andere flitser. Ik heb nu mijn standaard Lomo-flitser gebruikt, en die is wat klein en onhandig, terwijl hij wel een enorme bak licht geeft. Daarbij was mijn stencil niet heel lichtdicht aan de achterkant, waardoor ook mijn hand en het doosje waarin het stencil zat verlicht werden.

Dit resultaat is toch weer zo bemoedigend, dat ik misschien maar eens een grotere versie moet knutselen, voor één van de andere flitsers in mijn collectie. Gebruik ik die ook nog eens.

En vooruit, als bonus dan nog een instax lichttekeningetje. I ♥ film tenslotte.

Instant lightpainting. Diana F+ Instant Back met Fuji Instax film.

Instant lightpainting. Diana F+ Instant Back met Fuji Instax film.

Van jurk naar rok

Ik had een gele jurk die ik nooit meer aan had. Te kort, te strak, te net niet. Maar de kleur was wel mooi. Dus ik dacht, wat de hel, de schaar erin!

Met een paar knippen was het al bijna een rok.

Een zoom erin (in zig-zag steek, voor de rekbaarheid) en klaar is keer. Het is een soort dun breisel, dus het rekt vanzelf wel mee.

Oke, het randje waar ik de zoom heb gelegd lubbert wat gek, maar met een shirt erover zie je daar niks van. Dat lubberrandje naar binnen vouwen onder de rand van een panty werkt nog beter. Zit ie meteen wat steviger om de taille, want een tikje ruim zit ie wel. Goed voor het zelfbeeld, dat wel.

Nou ja, het is geen haut couture geworden, maar toch ook niet onaardig.

De bovenste helft veranderde met een knip recht door het midden en nog een zoom in een korte bolero. Geen kledingstuk dat ik vaak draag, maar ach, wie weet.

Vloeistoffotografie

Ik wilde eens wat makkelijke wetenschappelijke proefjes fotograferen. Het was bedoeld als soort van navolging van de wetenschappelijke foto’s van Berenice Abbott, maar dan anders. Het moest vooral niet te moeilijk zijn, want ik zat met een (zelf opgelegde) deadline.

Olie en water in laagjes, bedacht ik, en kleurstof dat oplost in water. In een vlaag van verstandsverbijstering wilde ik dat vastleggen met de Holga en close-upfilters. Een onzalig idee natuurlijk, want die Holga is al helemaal van plastic, en met die close-upfilters is het ook verrekte lastig om goed scherpe foto’s te krijgen. Het is lastig om met die filters precies de goede afstand in te schatten, want de scherptediepte is maar heel beperkt.

Maar goed. Vol goede moed vulde ik een glaasje met rood water (voedselkleurstof for the win!), schenkstroop en olie. Precies zoals de theorie voorschrijft bleven de laagjes keurig op elkaar liggen. Met een meetlatje mat ik de goeie afstand. Bijna de goeie afstand.

water en olie

Water en olie. De strook kwam later, en leverde een nog iets minder scherpe foto op.

Daarna probeerde ik oplossende kleurstof in water te fotograferen. Ik liet steeds een klein beetje poedervormige voedingskleurstof in een vaas water vallen, en fotografeerde dan de slierten kleur in het water. Het was live erg maai, maar ja, die Holga he? Maar goed, helemaal mislukt zijn de foto’s toch ook weer niet. Haarscherp is anders, maar toch vind ik het allemaal lang niet slecht. Volgende keer maar eens met een betere camera en meer kleurtjes proberen.

Rode kleurstof in water.

Rode kleurstof in water.

Mijn laatste experiment was een platte glazen bak met gekleurd water en druppels olie recht van boven. Het idee was om een soort abstracte pseudo-ruimtefoto’s te krijgen. Omdat de afstand van lens tot wateroppervlak nogal nauw kwam, legde ik de camera plat op steen steuntjes van lego (die ik vergeten ben te fotograferen. Zo kon in de afstand stabiel houden. Probleem was wel dat het nogal wat licht tegenhield. Ook had ik aanvankelijk het verkeerde filter op de lens zitten. Uiteindelijk is er daardoor maar eentje gelukt.

Olie en water van boven.

Olie en water van boven.

Ondanks de rampzalige camerakeuze was het toch een leuk experiment, dat ik zeker nog eens met een spiegelrefelx ga overdoen.

Gehackte Supersampler

Afgelopen maand heb ik iets gedaan wat ik al heel lang eens wilde proberen: ik heb een Supersampler gehackt. De Supersampler is een geinig ding met vier lenzen onder elkaar. Als je afdrukt, neemt hij vier foto’s na elkaar, die alle vier als een smal strookje op een stukje negatief ter grootte van een standaard foto.

Aan de binnenkant zie je dat tussen de lensjes schotjes zitten, die ervoor zorgen dan het vier keurig afgebakende strookjes worden en de beelden niet door elkaar gaan lopen. Haal je die schotjes weg, dan wordt gaat het beeld overlappen. Nadeel: het weghalen van de schotjes in onomkeerbaar. De plastic wandjes zitten vast in de camera. Je kunt ze eruit halen, maar dan kunnen ze niet meer terug. Nogal een stap dus, eentje die ik met mijn Supersampler nooit had durven nemen.

Een tijd geleden trof ik in de lokale kringloopwinkel zowaar een Supersampler, nog nieuw in de doos. Een buitenkansje! Nu kon ik met Supersampler II dan eindelijk eens de truc met de gesloopte wandjes uitvoeren.

Zo bedacht, zo gedaan. Met een tang had ik snel de schotjes eruit. Of het aan het aangepaste binnenwerk lag, weet ik niet, maar het kostte me vrij veel moeite om de film goed ingelegd te krijgen. Op de een of andere manier wilde het spoeltje niet goed pakken. Na wat gepiel leek het dan toch te werken, en kon ik aan de gang. Ik nam de Supersampler II mee op fietsvakantie door België.

 

 

Het resultaat is heel aardig! De door de verschillende lensjes opgevangen beeld overlapt, maar is nog wel herkenbaar als vier verschillende beelden. Het wordt dus ook weer geen brij van vier overlappende plaatjes. Het werkt het beste als je de camera in landschapstand houdt, zodat de lenzen dus naast elkaar zitten (in plaats van boven elkaar). Op die manier krijg je één mooi in elkaar overlopend beeld. Houd je de camera rechtop, dan worden het wat lossere strookjes. Je hebt op een foto relatief vaak een baan lucht boven in beeld, die in de portretstand het beeld eronder wegdrukt. Als je ervoor zorgt dat er niet te veel lucht in beeld komt is dat verder ook weer geen echt probleem.

Lomography Supersampler II met Lomography F2 CN 400 film.

De witte wolken overstemmen de mensen.

Zoals bij de niet-aangepaste Supersampler ook al het geval is, levert Supersampler II de beste plaatjes op als je wat dichter op je onderwerp zit. Portretten doen het dus beter dan landschappen. Omdat het beeld steeds overlapt, moet je een beetje rekening houden met overbelichting. Al loopt dat ook weer niet zo’n hele grote vaart, het blijven natuurlijk kleine plastic lensjes, niet de meest lichtsterke dingen.

Ik vind het een geslaagde operatie, ik vind Supersampler II nu al leuker dan nummer I.

Ricoh 500 G update

Een tijdje terug berichtte ik over mijn nieuwste aanwinst, de Ricoh 500 G, en hoe ik er nieuwe lightseals in had aangebracht. Naar aanleiding van het testrolletje vol lichtlekken had ik wat nieuwe stukjes fluweel onder de zoeker geplakt. Ik schoot een nieuw testrolletje vol, had geen tijd meer om het te ontwikkelen voor ik op een vierdaagse wandeltocht ging, en dacht: het is vast wel goed zo.

Dus.

Drie rollen vol lichtlekken. Ik keek nog eens wat beter naar de precieze locatie en vorm van de lichtvlekken, en concludeerde dat de lekken misschien niet bij de zoeker zaten, maar aan de zijkant van de camera. Het licht komt dan over de volle breedte van de zijkant over de film, sterk en afgebakend aan één kant, en dan vaag uitlopend naarmate het de camera in dringt.

Nog maar wat extra fluweel dus, dit keer bij de zijkant. Eens zien wat dat opleverde. Afgezien van de lichtlekken vind ik het namelijk een erg prettige camera, daar wilde ik wel wat moeite insteken.

Dus II.

Ricoh 500G met Rollei CN 200

Nog steeds lichtlekken!

Ondanks dat fluweel aan de zijkant en voor de zekerheid ook nog een laag tape om de camera heen alsnog lichtlekken. Damn! Het zal hem dan toch in de zoeker zitten, dat moet haast wel. Misschien dan toch nog maar eens een poging met een afgeplakte zoeker. Moet ik alleen nog een losse zoeker verzinnen om toch iets van compositie in mijn foto´s te krijgen, want zonder kijken fotograferen is misschien wel heel erg lomo, maar soms wil je toch wel gewoon weten wat je op de foto zet.

Advertenties