Caffenol standontwikkeling

Gedroogde paddenstoel met Minolta Dynax 7000i en Lomography Earl Grey, ontwikkeld in caffenol.

Gedroogde paddenstoel met Minolta Dynax 7000i en Lomography Earl Grey, ontwikkeld in caffenol.

Na de succesvolle experimenten met caffenol van twee jaar terug, was het tijd voor een volgende stap in mijn caffenolreis: de standontwikkeling. Caffenol is mooi spul, maar ik werd op een gegeven moment wel wat moe van al dat gekiep. Je staat zo een halfuur aan het aanrecht zo’n ontwikkeltankje te bewegen. Gedoe. Met standontwikkeling laat je je film gewoon een uur in de ontwikkelaar stilstaan en klaar is kees. In theorie dan, het is altijd weer afwachten hoe zoiets in de praktijk uitpakt.

Ook een mooie gelegenheid om de Minolta Dynax eens uit de mottenballen te vissen en eens te kijken wat de bijbehorende macrolens kan. Ik begon dus maar eens met een half rolletje vol te schieten. Mocht de ontwikkeling dan mislukken, is er niet meteen een hele rol verpest.

Volgende stap was om een bakje soda een paar uur op lage temperatuur in de oven te zetten om te drogen. Het caffenol gaat namelijk uit van gedehydrateerde soda, en mijn goedkope huishoudsoda is dat niet. Maar na een paar uur op 50 graden was er toch redelijk wat vocht uit verdwenen en vond ik het wel best.

Voor standontwikkeling is het wel belangrijk dat de film helemaal onder water staat, want de film wordt bij het ontwikkelen niet gekiept. Neem je de voor mijn ontwikkeltank gebruikelijke hoeveelheid, dan wordt alleen de onderste helft van de film ontwikkeld. Ik moest mijn recept dus verdubbelen en gebruikte

  • 700 ml water
  • 10 theelepels oploskoffie
  • 8 theelepels soda
  • 1 theelepel ascorbinezuur (vitamine C)
  • een snuf zout (waarvan ik gokte dat het een kleine gram was)

Dat zout is nieuw, maar ik had gelezen dat het bij standontwikkeling aan te raden is om een klein beetje (gejodeerd!) zout toe te voegen. Dat schijnt voor een gelijkmatige ontwikkeling te zorgen.

Ik weekte de film een paar minuten voor met gewoon water. Toen deed ik de ontwikkelaar in de tank, kiepte een halve minuut lang, en liet de tank daarna een half uur staan. Na een halfuur kiepte ik één keer (waarmee het strikt genomen veranderde in semi-standontwikkeling, maar goed). Daarna liet ik het nog 40 minuten staan. De bedoeling was een halfuur, maar ik vergat de tijd… In totaal heeft de film dus 70 minuten ontwikkeld.

Ik spoelde een paar geer goed na met water, en fixeerde toen 3 minuten, met om de halve minuut een paar kiepen (en de eerste halve minuut continu). Toen nog wat spoelen, en klaar was kees.

Maagdenpalm met Minolta Dynax 7000i en Lomography Earl Grey, ontwikkeld in caffenol.

Maagdenpalm met Minolta Dynax 7000i en Lomography Earl Grey, ontwikkeld in caffenol.

Voor dat het allemaal een beetje met de losse pols ging, zijn mijn foto’s wonderbaarlijk goed gelukt. Ik denk dat dit zowaar mijn beste caffenolresultaat tot nu toe is! De foto’s hebben een stevig contrast, maar verder is de ontwikkeling prachtig egaal. Ook heb ik dit keer watervlekken weten te voorkomen (meer geluk dan wijsheid vrees ik, maar toch).

Maar één keer een goed resultaat kan natuurlijk gewoon een toevalstreffer zijn. Ik schoot dus op een druilerige zondagmiddag ook de andere helft van het rolletje vol. Toevallig had ik inmiddels ook nog een andere rol zwart-wit vol, Rollei Superpan 200 120. Wat de hel dacht ik, en knalde ook die in de caffenol.

Daar kreeg ik spijt van, want ik had de benodigde hoeveelheid ontwikkelaar niet goed uitgemikt (een 120-spoel is breder dan een 35 mm spoel…). Er was dus een strookje film niet ontwikkeld. Balen. Erger was dat er nog iets niet helemaal goed is gegaan: de negatieven zijn tamelijk dicht. Er is tegen het licht wel beeld te zien, maar verder lijken ze nogal egaal grijs. Misschien had ik de film toch langer moeten ontwikkelen, het was ten slotte 200 iso film, tegenover 100 iso van de eerdere film. Dat had ik ook van tevoren kunnen bedenken…

Bij het scannen was er gelukkig nog wel wat van te maken. Tikje apocalyptische sfeer misschien, met een wat dubieus contrast, maar het is ook weer geen totale mislukking. Wel een herinnering dat wat bij de ene film goed werkt, bij de andere niet per se succesvol hoeft te zijn.

Twente. Agfa Isolette II met Rollei Superpan 200 film ontwikkels in caffenol.

Twente. Agfa Isolette II met Rollei Superpan 200 film ontwikkels in caffenol.

Nou ja, het zij zo. Ik was in de stemming voor verdere experimenten en besloot de caffenol een tweede keer te gebruiken. Niet heel avant garde, want driekwart rol 120 film is vast niet genoeg om 650 ml ontwikkelaar uit te putten. En inderdaad. Tot mijn opluchting kwam de tweede helft van de Earl Grey er net zo goed uit als de eerste helft. Ook de ontwikkelaar deed het deze derde keer nog prima.

Typografie. Minolta AF-C met Lomography Earl Grey 100 film, ontwikkeld in caffenol.

Typografie. Minolta AF-C met Lomography Earl Grey 100 film, ontwikkeld in caffenol.

Ik beschouw de caffenol standontwikkeling hierbij als een succes.

Advertenties

1/3e splitzer

1/3e splitzer. Holga 120 CFN met Lomography X-Pro Slide 200 film.

1/3e splitzer. Holga 120 CFN met Lomography X-Pro Slide 200 film.

Een van mijn favoriete trucjes met de Holga is de 1/4 splitzer, ofwel de architectonische bloem. Om dit te bereiken dek je driekwart van de lens af, neemt een foto, draait de splitzer een kwartslag, de camera dan ook, neemt dezelfde foto, en herhaalt dit tot je rond bent. Het resultaat is als hij goed lukt een fraai surreëel, semi-abstracte blob.

Holga 120 CFN met Lomography Redscale 100

Holga 120 CFN met Lomography Redscale 100

Ik wilde eens kijken of dat ook met 1/3e splitzer ging. Spoiler: dat gaat. Het is wel iets lastiger. De splitzer zelf was makkelijk genoeg. Met wat restjes dun karton was en zo een mooie 2/3e lensdop in elkaar geknutseld. Was de oude geodriehoek ook nog eens ergens goed voor (om de goeie hoek van 120 graden te bepalen dus).

Het fotograferen zelf was iets lastiger dan met de 1/4e splitzer. De camera steeds een kwartslag draaien gaat wat natuurlijker dan 1/3e slag. Daarbij moet je de camera toch een beetje in een tegennatuurlijke hoek vasthouden. Desalniettemin zitten er zeker een paar geslaagde plaatjes tussen.

1/3e splitzer. Holga 120 CFN met Lomography X-Pro Slide 200 film.

1/3e splitzer. Holga 120 CFN met Lomography X-Pro Slide 200 film.

Het lijkt wel iets kritischer om een zo symmetrisch mogelijk gebouw te nemen, of het althans zo recht mogelijk in beeld te nemen, anders gaat je foto scheef. Al zitten er ook bij de 1/4e splitzer altijd wel een paar minder geslaagde foto’s tussen, dat is denk ik onvermijdelijk. Ook loont het de moeite om na het scannen het beeld even rond te draaien om te kijken hoe het er het beste uitziet. Op de een of andere manier kan een foto die er op het eerste gezicht niet geweldig uitziet, opeens een stuk beter lijken als je hem een kwartslag draait of op zijn kop zet.

Hoe dan ook, ik ben niet ontevreden.

Creatief met foto’s

Fotograferen is ontzettend leuk, maar soms dringt zich de vraag op: wat moet je met al die foto’s? Je kan niet alles in een fotoboek zetten. Soms overvalt mij een acute aanval van fröbelzucht, en ga ik al knutselend aan de slag met mijn foto’s. Soms doe ik dat digitaal, door mijn foto’s tot onmogelijk patronen en gebouwen te maken (wat overigens niet mijn eigen idee is, dit zijn dingen die ik schaamteloos van anderen heb gejat).

Ook leuk is om een zwik foto’s uit te printen en vervolgens de kleuter in jezelf los te laten en lekker te knippen en te plakken tot je een splinternieuw landschap hebt gemaakt.

img612 img501

Een laatste favoriete knutselmethode is ten slotte om mijn foto’s (op een stukje stevig papier geplakt voor de stevigheid) aan te vullen met borduurwerk.

img517 img516

Het houdt je van de straat.

Holga-saga

Alweer een hele tijd geleden berichtte ik hier over de losgelaten doorspoelknop van mijn Holga. Na wat gepiel met doorspoelen met behulp van een tang dacht ik met wat sugru de boel wel gerepareerd te hebben. Maar helaas, de doorspoelknop kwam toch weer los. De sugru was blijkbaar niet opgewassen tegen de krachten die op zo’n knop komen te staan. Er zaten nog een paar foto´s op het rolletje, dus ik dacht, ik gebruik de tang nog wel even om het vol te maken, en dan ga ik daarna met verse sugru nog eens wat proberen. Maar dit keer kneep ik te hard in de toch al wat mishandelde as, en brak hij af. Nu was het toch wel echt gebeurd met de camera, vreesde ik.

Tot ik op internet de eerder genoemde Formcard tegenkwam. De Formcard is hard plastic, dat je in heet water kneedbaar maakt, en wat dan hecht aan plastic. Aan het stompje afgebroken doorspoelknop van de Holga bijvoorbeeld, die ik natuurlijk niet had weggegooid, want je weet maar nooit. Een paar weken na mijn bestelling viel een setje creditcard-achtige plaatjes in vijf kleuren in de brievenbus. Geen groen helaas. Maar zwart past ook wel bij de slijtplekken op de camera, dus vooruit dan maar.

En zowaar, het werkt! Ik kneedde een knop (zonder al te veel brandblaren ook nog), duwde hem op de Holga (met een stukje alu-folie eronder zodat hij alleen aan het stompje zou hechten, en niet aan de camerabody zelf) en wachtte tot hij afgekoeld en uitgehard was. Hatsa! Werkende knop! Mooi is anders, en ik moest nog een beetje bijschaven met een mesje om hem soepel te kunnen laten draaien, maar hij werkt. Holga leeft!

Met Formcard gerepareerde Holga.

Met Formcard gerepareerde Holga.

 

Formcard

Op internet kwam ik een Kickstarter (nou ja, een Indiegogo-dinges) tegen voor weer een nieuw reparatieproduct, de Formcard. Ik ben al dankbaar gebruiker van het kneedbare rubber Sugru, maar dat heeft zijn beperkingen (het is niet stijf bijvoorbeeld, maar rubberig). De Formcard is hard plastic, dat je in heet water kneedbaar maakt, en wat dan hecht aan plastic. Is het uitgehard, dan is het hard plastic. Gooi je het opnieuw in heet water, dan wordt het weer zacht en kun je het hergebruiken.

img_20170225_151548

De eerste succesvolle reparatie is inmiddels een feit. Het handvat van het handveger was afgebroken, maar met een formcardje – nog in de goeie kleur ook – is het weer prima te gebruiken.

img_20170225_151637 img_20170225_151656

Ook de eerste mislukking is overigens een feit. Het kapotte handvat van de kaasschaaf dacht ik ook te kunnen repareren met een formcard. Dat was ook wel zo, alleen had ik er even niet bij stilgestaan dat de vaatwasser ook al heet genoeg is om het spul weer vloeibaar te maken. Het reultaat was een bestekbakje met een gesmolten klont witte zut met drie lepels erin vast. Met een kwartiertje prutsen in een bak warm water was alles wel weer ontward en schoon, maar handig is anders. Niet geschikt voor vaatwasbestendige dingen dus.

Gesmolten formcrd.

Doe-het-zelfpaddo’s

Bij de plaatselijke Marqt-variant (Het Lokaal, ook voor koffie met lekkers of lunch) zag ik een leuke oesterzwammenkweekset van RotterZwam, waarmee je paddenstoelen kon kweken op koffiedik. Dat leek me wel wat, dus die ging mee naar huis. Daar bleek Man des Huizes tijdens zijn boodschappenrondje ook al precies dezelfde kweekset te hebben gekocht. Great minds think alike… De overtollige set werd doorverkocht aan een collega, en toen konden we beginnen.

Het idee is dat je de koffieprut uit je filters in een platisc tonnetje kiept en daar een zakje paddenstoelenbroed doorheen mengt. Na een dag of wat is alles bedekt met dubieuze witte schimmel, en gooi je er weer een laagje koffieprut bij. Zo ga je door tot je emmertje zo’n beetje vol is, en dan wacht je af tot er paddenstoelen uit de gaten in de zijkant van de ton komen. Simpel.

Zo gezegd zo gedaan, en al snel zag het er zo uit:

Bak vol witte schimmelprut op koffiedik.

Ik kreeg er nog niet direct trek van. Maar zowaar! Een week of wat later komen er daadwerkelijk paddenstoeltjes uit het gat! Daar krijg ik wel trek van. Maar nog even geduld.

Protopaddo's!

EDIT: Ze gaan als een tierelier! De foto hierboven was van 8 maart.

9 maart:

10 maart:

11 maart:

Ricoh 500 G opkalefateren

Ricoh 500 G

Bij de kringloopwinkel trof ik zowaar weer eens een fraaie nieuwe aanwinst: een Ricoh 500 G. Mooi ding, dat er nog puik uitzag. Althans, tot je hem openmaakte en de vieze zwarte korrelprut binnenin zag. Vergane lichtzegeling (hoe noem je dat eigenlijk in het Nederlands? Light seal dus), ooit van schuimrubber, nu van vieze kek. Die moest ik er dus eerst uit poetsen. Een kleine moeite, met een wattenstaafje, een paar tandenstokers en wat peut kwam alles makkelijk van het achterklepje af.

Vieze prut in de camera.

Vieze prut in de camera.

Makkelijk schoon te maken prut.

Makkelijk schoon te maken prut.

Maar nu moesten er natuurlijk ook wel nieuwe lichtzegels komen, want die zaten er vast niet voor niets op. Op de camerasite van Matt Denton staat een goede handleiding voor het schoonmaken en vervangen, en daar zag ik de tip van de filmrolletjes. In een filmrolletje zit altijd een klein strookje fluweel als lichtzegel, en die kun je ook gebruiken voor je camera. een beetje een gepiel om het in nette strookjes vast te lijmen, maar het werkt.

Fluweelstrookjes van gebruikte filmrolletjes.

Fluweelstrookjes van gebruikte filmrolletjes.

Althans, deels. De hele achterplaat vollijmen was wat veel van het goede, toen kreeg ik de camera niet meer dicht. Ik meende dat alleen langs het scharnier en daar tegenover ook wel genoeg zou zijn, maar dat bleek dan weer iets te optimistisch. Mijn testrolletje liet nog wel wat lichtlekken zien. Aan de plaats van die lekken meen ik af te leiden dat ik onder de zoeker nog een paar strookjes moet plakken, en misschien ook ter hoogte van het terugspoelknopje. Wordt vervolgd dus.

De Ricoh 500 G heeft nog wat lichtlekken.

De Ricoh 500 G heeft nog wat lichtlekken.