Archive for the ‘ wol ’ Category

Driehoekige sjaal

Ik dacht, een fijne omslagdoek, dat is handig voor op mijn werk, want daar is het een eeuwig gevecht om hoe warm of koud de verwarming mag staan. Dus zocht ik een patroon en rommelde ik in mijn voorraad wol naar wat geschikt garen. Optimistisch als ik ben dacht ik, het is een kantachtig patroon, dat gaat vast lekker snel, één bol of zo, en dan heb ik wat warms om om te slaan op koude dagen. Zoals zo vaak bleek het allemaal wat minder voorspoedig te gaan dan ik dacht. Niet dat het niet lukte of zo, maar er gaat gewoon heel veel wol in zo´n lap. En in het begin gaat het wel lekker snel, maar deze doek werkt vanuit het midden naar buiten toe. De rijen die je haakt worden dus steeds langer, en dan lijkt het steeds langzamer te gaan.

Daarbij kwam ik er ook halverwege pas achte dat ik eigenlijk een veel dikkere naald had moete gebruiken, voor een meer open resultaat. Mijn versie is dus veel compacter dan eigenlijk de bedoeling was.

Bijna halverwege de sjaal.

Bijna halverwege de sjaal.

Detail van de sjaal.

Detail van de sjaal.

Maar goed een paar weken later dan ik had ingeschat, vond ik het na tweeëneenhalve bol wol wel welletjes geweest. Mijn werk verhuist volgende week ook naar een geaircoot nieuw gebouw, dus dan is het toch vrij overbodig verder. Gelukkig doet hij het ook goed als winterse sjaal.

Sjaal in actie.

Sjaal in actie.

 

Advertenties

IJslandse trui (oh nee, toch niet)

Bijna een jaar geleden kocht ik in IJsland een partij mooi dik breigaren. Het ultieme IJsland-souvenir is een lopapeysa, zo’n fraaie wollen trui met ingewikkeld schouderpatroon. Mooi, heerlijk warm en flink aan de prijs. Begrijpelijk, want het is allemaal handwerk, maar ik dacht, breien, dat kan ik zelf ook wel. Vandaar het breigaren. Internet voorzag mij van een mooi patroon (pdf-link), en vol goede moed begon ik aan de trui.

Het eerste deel wat makkelijk zat: van onder af effen omhoog. Het moeilijke begon bij de schouderpartij, waar je met drie kleuren tegelijk moet breien, zonder je draden in de war te brengen of te strak te trekken. Het was even wennen, maar ik kreeg er al snel genoeg routine in. Nu brei ik ongeveer in het tempo van een gemiddelde gletsjer, dus het duurde bijna een jaar voor hij af was. Hoera! Zou hij passen?

IJslandse trui

Je ziet zo eigenlijk al dat de onderste strook van het patroon strakker is dan de rest.

Meh. Kut. Hij paste, maar het was duidelijk dat ik het breien met verschillende kleuren in het begin nog niet helemaal onder de knie had. Aan de onderrand van het patroon liep een stook van een centimeter of twee die veel te strak was. Je zag ook stukje patroon bol staan waar ik de draden aan de achterkant te strak had aangetrokken. Ik had het ook kunnen weten, want ik had hem halverwege al eens aangetrokken en vond toen al dat hij wat strak zat. Alleen had ik geen zin om hem een stuk uit te halen en hoopte ik dat het wel bij zou trekken. Stom natuurlijk!

IJslandse trui

Hier hoopte ik nog dat het goed zou komen. Naief.

Ik probeerde nog een oplossing te googelen, maar ik kwam alleen maar tegen: als je te strak hebt gebreid, is de enige oplossing om de boel uit te halen en opnieuw te beginnen. Dus. Daar gaan we dan maar weer. Tegen dat hij af is, zal het wel weer zomer zijn…

 

Dubbelzijdige col

Een nieuwe winter, een nieuwe sjaal. Of, in dit geval, col. Ik zag een mooi patroon op Mooglyblog.com en dacht, die wil ik wel. Bij de Wibra tikte ik twee bollen mooie tweed-achtige wol op de kop, groen en bruin, en toen kon ik aan de slag. Het is een vrij eenvoudig patroon, dus dat werkte lekker door. Ik kwam er dus al snel achter dat ik te weinig groen had. Terug naar de Wibra dus. Maar dat zul je dan altijd zien: de groen was inmiddels op. Shit. Enig googelen leerde mij dat dit een al wat oudere partij wol was, die dus waarschijnlijk niet bijgevuld zal worden. Dan maar naar de andere Wibra, verder weg, gefietst. Ook op. Maar in Amsterdam zat er ook een, op niet al te ver om richting kantoor. Ook op. Arg!

Uiteindelijk heb ik de col maar meer uitgehaald, en ben opnieuw begonnen, maar dan een stuk korter. Dus nu heb ik de col, maar dan korter en smaller dan de bedoeling was. Ach ja. Lekker warm is hij wel.

De groene kant van de col De bruine kant van de col actiefoto

 

Natuurlijk verven

Door al mijn anthotype-experimenten ben ik geïnteresseerd geraakt in het verven van textiel met natuurlijke kleurstoffen. Ik had er al eerder eens wat over gelezen, maar gedreven door verveling en plotselinge daadkracht ben ik nu eens daadwerkelijk aan de slag gegaan. Bij de Zeeman kocht ik een paar hydrofiele luiers: dunne 100% katoen voor een paar euro. Op weg naar huis plukte ik een lading rode papavers uit de berm. Die hadden eerder bij de anthotypes een donkerrode kleurstof geproduceerd, dus dat leek we wel geschikt om mee te beginnen. Het materiaal was dus binnen.

Papaverblaadjes

De luier veranderde in een stapel kleine proeflapjes, want het einddoel is natuurlijk een staalkaart met verschillende kleuren van verschillende planten. Die lapjes gingen in een pak water met een flinke scheut azijn, want katoen moet voorbehandeld worden wil de natuurlijke verf goed pakken. Terwijl de stof stond te koken, deed ik wat meer research, en ontdekte dat ik beter aluin kon gebruiken, dat werkt veel beter. Dat is gelukkig gewoon te krijgen bij de drogist.

Lapje in de papaverkleurstof

De kleurstof maakte ik door de bloemblaadjes met wat water op te zetten en aan de kook te brengen. Het resultaat was een diep roodpaarse vloeistof. Een eerste lapje verdween de pan in om een paar minuten door te koken. Tot ik het vervolgens uitspoelde bleek dat de azijn inderdaad niet heel goed werkt, want de meeste kleurstof spoelde er meteen weer uit. Het resultaat was een lichtroze lapje.

Lichtroze lapje, met rode papaver gekleurd

In het laagje kleurstof dat overbleef, heb ik toen nog twee lapjes in de week gezet, in de hoop dat een langer verfbad een diepere kleur oplevert.

Lapjes in de week in kurkuma- en papaverkleurstof

Omdat dit toch een licht onbevredigend resultaat had gegeven, probeerde ik het met een geheide knaller: kurkuma, ofwel geelwortel. Te vinden in elk keukenkastje (toch? Als je van Indonesisch koken houdt vast wel). Een flinke lepel kurkuma in een halve liter water gaf een diepgele verfstof. Het lapje dat even werd meegekookt werd ook schitterend goudgeel, en bleef dat zowaar ook na uitspoelen. Een tweede lapje werd ook nog in de week gezet, om te zien of dat nog verschil maakt.

Knalgeel lapje, gekleurd met kurkuma

Het resultaat van langer (nacht en dag erbij) in de verf laten staan was niet heel schokkend. Knalgeel blijft knalgeel, en lichtrze is misschien een heeel klein beetje minder licht roze.

Ik kleurde ook nog wat velletjes papier, en wat strengen raffia, om te zien wat dat zal opleveren. In elk geval leuk materiaal om een boekje van te binden hoop ik.

Met papaver en kurkuma gekleurd papier

Ik heb zin in meer experimenten, met nieuwe planten, en met aluin. Dit alles natuurlijk met het ultieme langetermijndoel om ooit nog eens te leren spinnen en dan mijn eigen wol te verven en tot truien te breien. Als ik met pensioen ben of zo.

 

Muts

Een nieuwe winter, een nieuwe muts. Gebreid dit keer, van IJslandse wol die ik nog had liggen. Het is een losse interpretatie van dit patroon, aangepast omdat ik hele andere wol gebruikte, en ik na één strookje wel klaar was met de seed stich. Hij is heerlijk warm.

Muts Muts

 

Sjaal

De dagen worden weer rap korter, de avonden langer, dus is het weer tijd om te haken. Een sjaal maar weer eens, want is zo lekker overzichtelijk, en geschikt om overgebleven bollen wol weg te werken. Geen officieel patroon dit keer, maar blokken in verschillende steken. Het is een beetje een onregelmatige sjaal geworden die niet overal even breed is, want de verschillende steken zijn niet allemaal even breed. Ik heb wel her en der wat gemeerderd en geminderd, maar het blijft wat ongelijk allemaal. Maar ach, daar zie je niks van als je hem om hebt.

Popcornsteek

Ik begon met de popcornsteek, een absolute favoriet die een lekker 3D-patroon oplevert.

Soort van blokjes

Toen een soort van subtiel ruitjespatroon, de bovenste helft van dit patroon.

Dubbele waaiers

Toen een dubbele waaier, of solid scallop pattern.

Gewone stokjes en vasten

De volgende was een blokje gewone stokjes, afgewisseld met vaste steken.

Bolletjessteek

Daarna een blokje waarvan ik niet meer precies weet welk patroon ik heb gevolgd. Het zou deze mini-popcorn kunnen zijn.

dunne horizontale ribbels

Voor de horizontale steken gebruikte ik een gewone vaste steek, maar telkens alleen in de achterste draad van de steek gemaakt (de steek die ook vaak als boordsteek wordt gebruikt bij het haken).

Enkele waaiers

Toen nog een andere waaier- of schelpenpatroontje.

Dikke verticale ribbels

Deze verticale steep is vrij compact, maar levert wel een hele fijne dikke ribbel op. Het is de boordsteek waarmee dit patroon voor een trui begint (de front post double crochet en back post double crochet).

V-steek

En als laatste maakte ik een blokje V-steken. Toen had ik nog net genoeg wol,  over om een zig-zagrandje aan de uiteinden te maken.

De sjaal bevalt uitstekend. Het zijn allemaal redelijk dichte steken, dus hij is lekker warm.

 

Baardmuts II

Man des Huizes had vol goede bedoelingen mijn baardmuts in de was gedaan. Helaas was de 100% wol daar niet heel goed tegen bestand. Hoewel het haakwerk nu extra vast (winddicht!) is, is hij ook een maatje of twee kleiner geworden. Tijd dus voor een nieuwe versie, met de IJslandse wol die ik over had na het maken van mijn col.

Zelfde patroon (een beetje op het oog gevolgd, met af en toe passen of de muts niet te groot of te klein werd, en dan een rondje extra of minder gehaakt). De snor is dit keer niet met knopen vastgezet, maar met koordjes vastgestrikt. Ook is hij wat dunner en losser dan de eerste versie (zelfs voor het wassen), simpelweg omdat de wol dunner is. Toch ben ik niet ontevreden. Over een paar weken wordt hij uitgetest in het barre Noorwegen.

baardmuts