Archive for the ‘ fotografie ’ Category

Vloeistoffotografie

Ik wilde eens wat makkelijke wetenschappelijke proefjes fotograferen. Het was bedoeld als soort van navolging van de wetenschappelijke foto’s van Berenice Abbott, maar dan anders. Het moest vooral niet te moeilijk zijn, want ik zat met een (zelf opgelegde) deadline.

Olie en water in laagjes, bedacht ik, en kleurstof dat oplost in water. In een vlaag van verstandsverbijstering wilde ik dat vastleggen met de Holga en close-upfilters. Een onzalig idee natuurlijk, want die Holga is al helemaal van plastic, en met die close-upfilters is het ook verrekte lastig om goed scherpe foto’s te krijgen. Het is lastig om met die filters precies de goede afstand in te schatten, want de scherptediepte is maar heel beperkt.

Maar goed. Vol goede moed vulde ik een glaasje met rood water (voedselkleurstof for the win!), schenkstroop en olie. Precies zoals de theorie voorschrijft bleven de laagjes keurig op elkaar liggen. Met een meetlatje mat ik de goeie afstand. Bijna de goeie afstand.

water en olie

Water en olie. De strook kwam later, en leverde een nog iets minder scherpe foto op.

Daarna probeerde ik oplossende kleurstof in water te fotograferen. Ik liet steeds een klein beetje poedervormige voedingskleurstof in een vaas water vallen, en fotografeerde dan de slierten kleur in het water. Het was live erg maai, maar ja, die Holga he? Maar goed, helemaal mislukt zijn de foto’s toch ook weer niet. Haarscherp is anders, maar toch vind ik het allemaal lang niet slecht. Volgende keer maar eens met een betere camera en meer kleurtjes proberen.

Rode kleurstof in water.

Rode kleurstof in water.

Mijn laatste experiment was een platte glazen bak met gekleurd water en druppels olie recht van boven. Het idee was om een soort abstracte pseudo-ruimtefoto’s te krijgen. Omdat de afstand van lens tot wateroppervlak nogal nauw kwam, legde ik de camera plat op steen steuntjes van lego (die ik vergeten ben te fotograferen. Zo kon in de afstand stabiel houden. Probleem was wel dat het nogal wat licht tegenhield. Ook had ik aanvankelijk het verkeerde filter op de lens zitten. Uiteindelijk is er daardoor maar eentje gelukt.

Olie en water van boven.

Olie en water van boven.

Ondanks de rampzalige camerakeuze was het toch een leuk experiment, dat ik zeker nog eens met een spiegelrefelx ga overdoen.

Advertenties

Gehackte Supersampler

Afgelopen maand heb ik iets gedaan wat ik al heel lang eens wilde proberen: ik heb een Supersampler gehackt. De Supersampler is een geinig ding met vier lenzen onder elkaar. Als je afdrukt, neemt hij vier foto’s na elkaar, die alle vier als een smal strookje op een stukje negatief ter grootte van een standaard foto.

Aan de binnenkant zie je dat tussen de lensjes schotjes zitten, die ervoor zorgen dan het vier keurig afgebakende strookjes worden en de beelden niet door elkaar gaan lopen. Haal je die schotjes weg, dan wordt gaat het beeld overlappen. Nadeel: het weghalen van de schotjes in onomkeerbaar. De plastic wandjes zitten vast in de camera. Je kunt ze eruit halen, maar dan kunnen ze niet meer terug. Nogal een stap dus, eentje die ik met mijn Supersampler nooit had durven nemen.

Een tijd geleden trof ik in de lokale kringloopwinkel zowaar een Supersampler, nog nieuw in de doos. Een buitenkansje! Nu kon ik met Supersampler II dan eindelijk eens de truc met de gesloopte wandjes uitvoeren.

Zo bedacht, zo gedaan. Met een tang had ik snel de schotjes eruit. Of het aan het aangepaste binnenwerk lag, weet ik niet, maar het kostte me vrij veel moeite om de film goed ingelegd te krijgen. Op de een of andere manier wilde het spoeltje niet goed pakken. Na wat gepiel leek het dan toch te werken, en kon ik aan de gang. Ik nam de Supersampler II mee op fietsvakantie door België.

 

 

Het resultaat is heel aardig! De door de verschillende lensjes opgevangen beeld overlapt, maar is nog wel herkenbaar als vier verschillende beelden. Het wordt dus ook weer geen brij van vier overlappende plaatjes. Het werkt het beste als je de camera in landschapstand houdt, zodat de lenzen dus naast elkaar zitten (in plaats van boven elkaar). Op die manier krijg je één mooi in elkaar overlopend beeld. Houd je de camera rechtop, dan worden het wat lossere strookjes. Je hebt op een foto relatief vaak een baan lucht boven in beeld, die in de portretstand het beeld eronder wegdrukt. Als je ervoor zorgt dat er niet te veel lucht in beeld komt is dat verder ook weer geen echt probleem.

Lomography Supersampler II met Lomography F2 CN 400 film.

De witte wolken overstemmen de mensen.

Zoals bij de niet-aangepaste Supersampler ook al het geval is, levert Supersampler II de beste plaatjes op als je wat dichter op je onderwerp zit. Portretten doen het dus beter dan landschappen. Omdat het beeld steeds overlapt, moet je een beetje rekening houden met overbelichting. Al loopt dat ook weer niet zo’n hele grote vaart, het blijven natuurlijk kleine plastic lensjes, niet de meest lichtsterke dingen.

Ik vind het een geslaagde operatie, ik vind Supersampler II nu al leuker dan nummer I.

Ricoh 500 G update

Een tijdje terug berichtte ik over mijn nieuwste aanwinst, de Ricoh 500 G, en hoe ik er nieuwe lightseals in had aangebracht. Naar aanleiding van het testrolletje vol lichtlekken had ik wat nieuwe stukjes fluweel onder de zoeker geplakt. Ik schoot een nieuw testrolletje vol, had geen tijd meer om het te ontwikkelen voor ik op een vierdaagse wandeltocht ging, en dacht: het is vast wel goed zo.

Dus.

Drie rollen vol lichtlekken. Ik keek nog eens wat beter naar de precieze locatie en vorm van de lichtvlekken, en concludeerde dat de lekken misschien niet bij de zoeker zaten, maar aan de zijkant van de camera. Het licht komt dan over de volle breedte van de zijkant over de film, sterk en afgebakend aan één kant, en dan vaag uitlopend naarmate het de camera in dringt.

Nog maar wat extra fluweel dus, dit keer bij de zijkant. Eens zien wat dat opleverde. Afgezien van de lichtlekken vind ik het namelijk een erg prettige camera, daar wilde ik wel wat moeite insteken.

Dus II.

Ricoh 500G met Rollei CN 200

Nog steeds lichtlekken!

Ondanks dat fluweel aan de zijkant en voor de zekerheid ook nog een laag tape om de camera heen alsnog lichtlekken. Damn! Het zal hem dan toch in de zoeker zitten, dat moet haast wel. Misschien dan toch nog maar eens een poging met een afgeplakte zoeker. Moet ik alleen nog een losse zoeker verzinnen om toch iets van compositie in mijn foto´s te krijgen, want zonder kijken fotograferen is misschien wel heel erg lomo, maar soms wil je toch wel gewoon weten wat je op de foto zet.

Poging tot experiment

Het voordeel van Polaroid-film, is dat de batterij die de camera aandrijft geïntegreerd zit in de filmcassette. Geen gedoe dus met eraan moeten denken of de batterijen in je camera het wel uithouden, als er film in zit, doet je camera het. Althans… Het nadeel van Polaroid-film is dat de batterij in de filmcassette ook leeg kan zijn.

Ik maakte afgelopen voorjaar de fout om mijn Polaroid Image 2 mee te nemen op een vrij winterse hike in maart. Na één moeizame foto weigerde de camera dienst en was het gedaan met de Polaroids op die trip. In het koude weer was de batterij van de toch al niet meer zo verse film razendsnel leeggetrokken. Ook thuis, weer helemaal opgewarmd, deed de camera niets meer. Een nieuw pakje film hielp, maar toen zat ik met een pakje vol film zonder batterij. Da’s toch zonde van de dure film.

Nu had ik ergens gelezen over cliché verres, een fotografische techniek waarbij je op een transparant vlak tekent of etst of print, en dat dan op fotogevoelig materiaal vastlegt. Met andere woorden, precies wat ik doe om cyanotypes te maken. Dat leek me een uitstekende manier om toch nog wat met mijn Polaroid-film te doen.

In de wisselzak legde ik een groot transparant positief op een niet-belichte foto. Om hem te belichten gebruikte ik een losse flitser. Nu moest hij alleen nog ontwikkeld worden. Dat gebeurt normaal door hem uit de camera tussen een paar rollers door te duwen. Die rollers verspreiden de juiste chemicaliën vanuit het brede stukje rand onder de foto over de lichtgevoelige emulsie. Zonder batterij lukt dat niet, dus moet je wat anders bedenken. Een deegroller leek me een prima alternatief. Gouden oplossing, zo leek me.

Alleen jammer dat het totaal mislukte.

Ik deed verschillende pogingen: belichten met fietslampjes, een flitser, een half afgeplakte flitser. Met transparante positieven, blaadjes en bloemen direct op de film… Toen ik later nog een keer een half pakje met lege batterij trof (tip: laat de film niet maanden in de camera zitten…) probeerde ik het gewoon weer. Het resultaat was elke keer hetzelfde: volkomen abstract.

Niet bepaald wat ik ervan hoopte. Toch heeft het ook wel wat, die diepe blauwe en groene blobs tegen een bruinige achtergrond. Ik doe het er maar mee.

Namaak Revolog

Ergens in 2014 bedacht ik al dat ik nog een namaak-revolog zou gaan maken. In 2016 kwam het er dan eindelijk eens van. Revolog is een relatief nieuw merk film, dat specialiseert in creatief voorbewerkte film. Er zijn verschillende varianten. Sommige films geven je foto’s een kleurverloop, andere zijn bezaaid met neonkleurige krasjes, lichtvlekjes of bliksems. Het zijn grappige effecten, maar ik vind de film aan de dure kant voor wat toch een beetje een gimmick is. Of nou ja, tussen de 7 en 9 euro is tegenwoordig niet eens zo heel duur meer voor een rolletje film. Maar een heel rolletje met het zelfde effect is me gewoon wat veel. Nu is het in theorie niet eens zo heel moeilijk om in elk geval een deel van de door Revolog geboden effecten na te maken. Dat gaat als volgt:

– Maak (of Google naar) een beeld op een zwarte achtergrond. Photoshop wat bliksemschichten, oplichtende punten, krassen en dergelijke. Of neem foto’s van doorschijnende kwallen, sterrenstelsels, vuurwerk of zo, als het maar tegen een zwarte achtergrond is.

– Zet ze zo groot mogelijk op een computerscherm. Zorg voor een goede hoge resulutie. Hoe groter het scherm, hoe beter.

– Schiet een rolletje vol met de beelden. Zorg dat het zwarte vlak waarop je beelden staan helemaal beeldvullend is. Gebruik een statief, want de donkere achtergrond kan voor een lange sluitertijd zorgen.

– Spoel je rolletje terug, maar zorg dat er nog een stukje film uit je rolletje steekt. Laadt het opnieuw in de camera en schiet nu gewone foto’s.

De zwarte achtergrond wordt nu ingevuld met je tweede laag. Ik heb er schitterende voorbeelden van gezien. Ik maakte wat bliksems in Photoshop, wat lichtpunten, namaak-lensflares, wat kitscherige vlammenranden, en ik zocht wat kwallen en ruimtefoto’s.

Het resultaat is middelmatig. De theorie is weer eens iets weerbarstiger dan de realiteit. Mijn foto’s hebben twee hoofdproblemen:

– Ik ben niet goed in het precies uitlijnen van film voor een tweede keer. Omdat het patroon bij mijn namaak-Revolog niet doorloopt, is het het mooiste als de film bij de tweede laag precies zo in de camera ligt als de eerste laag. Daarzijn slimme technieken voor, met markeringen en zo. Maar het lukt mij nooit goed. Zie ook mijn EBS.

– De eerste laag is toch wat te licht uitgevallen, en heeft een soort kleurzweem. De foto’s zijn daardoor wat bruinig uitgevallen. Strooilicht van buiten beeld, te lichte ontwerpen, of een combinatie daarvan. Ik denk dat ik iets te veel wilde met mijn patronen. De wat subtielere dingen werkten tocht het beste.

Nou ja, dat weten we dan ook weer. Revolog hoeft voorlopig niet te vrezen voor mijn concurrentie.

Overigens verkoopt Revolog ook film met een soort bubbelpatroon, Texture. Geheel per ongeluk, heb ik daar wel een aardige imitatie van gemaakt, door een film na te spoelen met zeepsop, en de sop zo op te laten drogen in plaats van eraf te blazen.

Caleidoscopische filterfun

In een museumwinkel zag ik eens een geinige fotogadget: een kartonnen camera, met op de plek van de lens een soort caleidoscoop. Keek je er doorheen, dan zag je alles 20 keer herhaald, als door een insectenoog. Leuk om foto’s doorheen te nemen, maar voor een euro of negen wel wat prijzig. Ik liet het ding dus liggen.

Konstruktor met Agfa Vista Plus 200 en facetlens.

Konstruktor met Agfa Vista Plus 200 en facetlens.

Laatst kwam ik bij de HEMA zowaar een vergelijkbaar ding tegen, maar dan bedoeld voor kinderen in plaats van hipsterfotografen. In een felgekleurde plastic zeester zat een zelfde gesegmenteerde plastic lens. Voor 2 euro wilde ik hem dan wel hebben. Thuis wist ik met enig licht geweld de lens te bevrijden uit zijn omhulsel. Nu had ik toch mijn facetlens.

Hem gebruiken vergt wel wat handigheid. Voor een spiegelreflex is hij net wat aan de kleine kant, want bij gebrek aan schroefdraad moet je hem los voor de lens houden. Voor je het weet zijn je vingers dan in beeld. Bij de kleine lens van een simpelere camera is het goed te doen. Het is wel een beetje gokken naar de compositie, want bij een niet-reflex zie je natuurlijk niet wat het effect is. Voor je het weet mik je net niet helemaal goed en staat je onderwerp alleen een hoekje van het beeld. Een derde puntje is de belichting. Je houdt een have centimeter extra plastic voor de lens, en dat houdt meer licht tegen dan je denkt als je zelf door het caleidoscoopje kijkt.

Toch heb ik er al een paar leuke resultaten mee weten te bereiken. Het is een ideaal ding om in mijn tas te hebben en af en toe eens voor de lens te zetten. Ik houd hem erin.

Diana F+ Instant Back met Fuji Instax Mini en facetlens.Diana F+ Instant Back met Fuji Instax Mini en facetlens.

Caffenol standontwikkeling

Gedroogde paddenstoel met Minolta Dynax 7000i en Lomography Earl Grey, ontwikkeld in caffenol.

Gedroogde paddenstoel met Minolta Dynax 7000i en Lomography Earl Grey, ontwikkeld in caffenol.

Na de succesvolle experimenten met caffenol van twee jaar terug, was het tijd voor een volgende stap in mijn caffenolreis: de standontwikkeling. Caffenol is mooi spul, maar ik werd op een gegeven moment wel wat moe van al dat gekiep. Je staat zo een halfuur aan het aanrecht zo’n ontwikkeltankje te bewegen. Gedoe. Met standontwikkeling laat je je film gewoon een uur in de ontwikkelaar stilstaan en klaar is kees. In theorie dan, het is altijd weer afwachten hoe zoiets in de praktijk uitpakt.

Ook een mooie gelegenheid om de Minolta Dynax eens uit de mottenballen te vissen en eens te kijken wat de bijbehorende macrolens kan. Ik begon dus maar eens met een half rolletje vol te schieten. Mocht de ontwikkeling dan mislukken, is er niet meteen een hele rol verpest.

Volgende stap was om een bakje soda een paar uur op lage temperatuur in de oven te zetten om te drogen. Het caffenol gaat namelijk uit van gedehydrateerde soda, en mijn goedkope huishoudsoda is dat niet. Maar na een paar uur op 50 graden was er toch redelijk wat vocht uit verdwenen en vond ik het wel best.

Voor standontwikkeling is het wel belangrijk dat de film helemaal onder water staat, want de film wordt bij het ontwikkelen niet gekiept. Neem je de voor mijn ontwikkeltank gebruikelijke hoeveelheid, dan wordt alleen de onderste helft van de film ontwikkeld. Ik moest mijn recept dus verdubbelen en gebruikte

  • 700 ml water
  • 10 theelepels oploskoffie
  • 8 theelepels soda
  • 1 theelepel ascorbinezuur (vitamine C)
  • een snuf zout (waarvan ik gokte dat het een kleine gram was)

Dat zout is nieuw, maar ik had gelezen dat het bij standontwikkeling aan te raden is om een klein beetje (gejodeerd!) zout toe te voegen. Dat schijnt voor een gelijkmatige ontwikkeling te zorgen.

Ik weekte de film een paar minuten voor met gewoon water. Toen deed ik de ontwikkelaar in de tank, kiepte een halve minuut lang, en liet de tank daarna een half uur staan. Na een halfuur kiepte ik één keer (waarmee het strikt genomen veranderde in semi-standontwikkeling, maar goed). Daarna liet ik het nog 40 minuten staan. De bedoeling was een halfuur, maar ik vergat de tijd… In totaal heeft de film dus 70 minuten ontwikkeld.

Ik spoelde een paar geer goed na met water, en fixeerde toen 3 minuten, met om de halve minuut een paar kiepen (en de eerste halve minuut continu). Toen nog wat spoelen, en klaar was kees.

Maagdenpalm met Minolta Dynax 7000i en Lomography Earl Grey, ontwikkeld in caffenol.

Maagdenpalm met Minolta Dynax 7000i en Lomography Earl Grey, ontwikkeld in caffenol.

Voor dat het allemaal een beetje met de losse pols ging, zijn mijn foto’s wonderbaarlijk goed gelukt. Ik denk dat dit zowaar mijn beste caffenolresultaat tot nu toe is! De foto’s hebben een stevig contrast, maar verder is de ontwikkeling prachtig egaal. Ook heb ik dit keer watervlekken weten te voorkomen (meer geluk dan wijsheid vrees ik, maar toch).

Maar één keer een goed resultaat kan natuurlijk gewoon een toevalstreffer zijn. Ik schoot dus op een druilerige zondagmiddag ook de andere helft van het rolletje vol. Toevallig had ik inmiddels ook nog een andere rol zwart-wit vol, Rollei Superpan 200 120. Wat de hel dacht ik, en knalde ook die in de caffenol.

Daar kreeg ik spijt van, want ik had de benodigde hoeveelheid ontwikkelaar niet goed uitgemikt (een 120-spoel is breder dan een 35 mm spoel…). Er was dus een strookje film niet ontwikkeld. Balen. Erger was dat er nog iets niet helemaal goed is gegaan: de negatieven zijn tamelijk dicht. Er is tegen het licht wel beeld te zien, maar verder lijken ze nogal egaal grijs. Misschien had ik de film toch langer moeten ontwikkelen, het was ten slotte 200 iso film, tegenover 100 iso van de eerdere film. Dat had ik ook van tevoren kunnen bedenken…

Bij het scannen was er gelukkig nog wel wat van te maken. Tikje apocalyptische sfeer misschien, met een wat dubieus contrast, maar het is ook weer geen totale mislukking. Wel een herinnering dat wat bij de ene film goed werkt, bij de andere niet per se succesvol hoeft te zijn.

Twente. Agfa Isolette II met Rollei Superpan 200 film ontwikkels in caffenol.

Twente. Agfa Isolette II met Rollei Superpan 200 film ontwikkels in caffenol.

Nou ja, het zij zo. Ik was in de stemming voor verdere experimenten en besloot de caffenol een tweede keer te gebruiken. Niet heel avant garde, want driekwart rol 120 film is vast niet genoeg om 650 ml ontwikkelaar uit te putten. En inderdaad. Tot mijn opluchting kwam de tweede helft van de Earl Grey er net zo goed uit als de eerste helft. Ook de ontwikkelaar deed het deze derde keer nog prima.

Typografie. Minolta AF-C met Lomography Earl Grey 100 film, ontwikkeld in caffenol.

Typografie. Minolta AF-C met Lomography Earl Grey 100 film, ontwikkeld in caffenol.

Ik beschouw de caffenol standontwikkeling hierbij als een succes.