Archive for the ‘ fotografie ’ Category

Eerste poging filmsoep.

Voor mijn maadelijkse fotoproject stond de filmsoep op het programma: mishandel je film met chemicaliën en kijk wat er gebeurt. Het is iets waar ik een beetje dubbel tegeover sta. Het kan fantastische resultaten opleveren, veelkleurig en psychedelisch. Maar voor het zelfde geld verpest je je dure film en mooie foto’s er totaal mee. Een beetje onzekerheid wat betreft resultaat is wel leuk (daarom houd ik van analoge fotografie tenslotte), maar je kunt het ook overdrijven. Maar goed, ik wilde het toch wel eens proberen.

Ik deed een eerste poging en dropte een half rolletje volgeschoten film in een kop koffie met baking soda en lief het een uurtje staan. Toen liet ik het een dag of wat drogen en ontwikkelde hem. Ik had hem niet lang genoeg laten drogen want de film plakte nog behoorlijk toen ik hem uit de cassette probeerde te trekken. Uiteindelijk moest de flessenopener eraan te pas komen om het hele rolletje te slopen. Filmsoep met extra garnituur van krassen en stof dus.

Het resultaat is niet bijster spannend. 100 iso film en grouw decemberweer gaan niet echt samen, dus de meeste foto’s waren nogal onderbelicht. Met de chemische mishandling erbij zagen de meeste er dan ook ongeveer zo uit.

Eerst poging filmsoep. Ricoh 500G  met Lomography CN 100.

Eerste poging filmsoep. Ricoh 500G met Lomography CN 100.

Een paar vuurwerkfoto’s waren al wat beter. Er stond in elk geval wat op. Toch waren ze beter geweest zonder filmsoep.

Eerste poging filmsoep. Ricoh 500G  met Lomography CN 100.

Eerste poging filmsoep. Ricoh 500G met Lomography CN 100.

Eigenlijk de enige foto die er een beetje uitzag zoasl ik had gehoopt was deze. Zie de gezellige licht psychedelische kleurwazen.

Eerste poging filmsoep. Ricoh 500G  met Lomography CN 100.

Eerste poging filmsoep. Ricoh 500G met Lomography CN 100.

Een wat matig resultaat. Maar vooruit, ik zal het nog wel eens proberen met een andere cocktail.

Advertenties

Beeronol

Als eerste fotoproject van 2018 stond de beeronol op het programma. Beeronol is verwant aan caffenol, maar in plaats van oploskoffie gebruik je bier. Sommige websites geven recepten met Guinness, waarschijnlijk vanuit de gedachte dat je bier moet gebruiken dat naar koffie smaakt, maar dat is onzin: ook het allergoedkoopste alcoholistenbier werkt prima. Het is niet alsof je dat bier nog kan opdrinken als je er foto’s mee hebt ontwikkeld, dus waarom lekker bier gebruiken als het ook met smakeloos pils kan.

Overigens blijkt bier maar één van de vele mogelijkheden te zijn om te variëren op caffenol. Tijdens mijn research (lees: bij het googlen) kwam ik op een site van een Duitse fotograaf die enthousiast had geëxperimenteerd met allerlei ontwikkelaars: bier, thee, magnolia-aftreksel, bietensap, noem maar op. Op weer een andere site lag ik een verklaring. In de zelfbrouw-ontwikkelaars heeft de vitamine C de rol van zwakke ontwikkelaar, en als je er dan een tweede zwakke ontwikkelaar bijmengt, is dat genoeg om je film te ontwikkelen. De soda maakt het geheel dan basis, wat ook nodig is. Veel plantaardige stoffen blijken zo’n zwakke ontwikkelaar te zijn, dus er zijn talloze varianten op caffenol mogelijk. Alleen is de koffie de bekendste (en misschien de variant die het beste werkt).

Goed, genoeg theorie, er moest natuurlijk gekeken worden of het ook in de praktijk werkt. Ik besloot om alles met standontwikkeling te doen, omdat dat lekker makkelijk is.

Poging één was een rol met niet al te spannende wandelfoto’s en wat Amersfoortse binnenstad, genomen met de Snapsights onderwatercamera en Lomography Lady Grey 400 film. Ik ontwikkelde 70 minuten, waarbij ik de eerste 30 seconden agiteerde, en na 30 minuten nog eens 30 seconden.

De negatieven zagen er oke uit, maar het waren toch vrij donkere foto’s. Dat komt denk ik vooral door de camera/weer combinatie. Van vorige caffenol-experimenten herinner ik me dat 400 iso film wat meer tijd nodig heeft, dat speelde misschien ook mee. Wat ook niet hielp was dat ik net iets te weinig ontwikkelaar had gemaakt, waardoor er een klein randje film niet ontwikkeld was. Ook blijkt er een kras op de onderwaterhuls te zitten, wat voor een onscherpe plek in beeld zorgt. Had ik hem net weer aan de praat gekregen… De foto´s zijn wat low-fi, met vrij grove korrel, maar wel sfeervol.

Snapsights onderwatercamera met Lomography Lady Grey 400 film ontwikkeld in beeronol.

Snapsights onderwatercamera met Lomography Lady Grey 400 film ontwikkeld in beeronol.

Snapsights onderwatercamera met Lomography Lady Grey 400 film ontwikkeld in beeronol.

Snapsights onderwatercamera met Lomography Lady Grey 400 film ontwikkeld in beeronol.

Snapsights onderwatercamera met Lomography Lady Grey 400 film ontwikkeld in beeronol.

Snapsights onderwatercamera met Lomography Lady Grey 400 film ontwikkeld in beeronol.

Poging twee was een rolletje Lomography Orca 100 film uit de Agfamatic 2008 pocket 110 dat al weken op ontwikkeling lag te wachten. Omdat dit 100 iso film was, dacht ik dat 70 minuten nu precies goed zou zijn. Ook hier weer de eerste 30 seconden agitatie, en na 30 minuten nog eens 30 seconden.

Ook dit zijn vrij donkere foto’s geworden, maar ook hier speelt de camera wel mee, die is ook niet zo lichtgevoelig. Ik heb wel wat zitten harken met de fixeer. De film was niet goed gefixeerd zag ik toen hij al uit de spoel was (aan de witte vlekken op de film), dus moest ik hem nog een keer door de fixeer halen. Daarna kon ik niet meer spoelen met zeepsop, waardoor er veel stof en watervlekken op de negatieven zijn gekomen. Nabewerken in Photoshop helpt wel wat, maar niet alles. Toch hebben ook deze foto’s wel wat, al zijn ze wat gruizig.

Agfa Agfamatic 2008 Pocket 110 met Lomography Orca 100 film ontwikkeld in beeronol.

Agfa Agfamatic 2008 Pocket 110 met Lomography Orca 100 film ontwikkeld in beeronol.

Agfa Agfamatic 2008 Pocket 110 met Lomography Orca 100 film ontwikkeld in beeronol.

Agfa Agfamatic 2008 Pocket 110 met Lomography Orca 100 film ontwikkeld in beeronol.

Agfa Agfamatic 2008 Pocket 110 met Lomography Orca 100 film ontwikkeld in beeronol.

Agfa Agfamatic 2008 Pocket 110 met Lomography Orca 100 film ontwikkeld in beeronol.

Als laatste besloot ik dan toch maar een rolletje vol te schieten met een degelijke camera met lichtmeter. Ik schoot een rol Fomapan Classic Professional 100 film in de Minolta XG-1. Omdat ik de vorige 100 iso foto’s nog wat donker vond, besloot ik deze 90 minuten te ontwikkelen. Ik gebruikte dezelfde lading beeronol, met eerst 30 seconden agitatie, en na 30 minuten nog 10 seconden.

Het resultaat mag er zijn wat mij betreft. Het zijn vrij dunne negatieven, maar ze lieten zich heel goed scannen tot lekker contrastrijke foto’s. En zowaar vrijwel zonder watervlekken en bijna geen stof: hup ik!

Minolta XG-1 met Fomapan Professional 100 film ontwikkeld in beeronol.

Minolta XG-1 met Fomapan Professional 100 film ontwikkeld in beeronol.

Minolta XG-1 met Fomapan Professional 100 film ontwikkeld in beeronol.

Minolta XG-1 met Fomapan Professional 100 film ontwikkeld in beeronol.

Minolta XG-1 met Fomapan Professional 100 film ontwikkeld in beeronol.

Minolta XG-1 met Fomapan Professional 100 film ontwikkeld in beeronol.

Snapsights opgelapt

Opgekalefaterde Snapsights

Opgekalefaterde Snapsights

Een van mijn favoriete camera’s is de Snapsights onderwatercamera. Niet om daadwerkelijk mee onder water te fotograferen, maar om mee te gebruiken in regenachtig weer of in de sneeuw. Met zijn plastic omhulsel is hij niet alleen waterdicht, maar kan hij ook nog tegen een stootje. De ideale buitensportcamera dus. (Nou ja, als er genoeg licht voorhanden is dan, hij heeft wel maar een piepklein plastic lensje.)

Tot ik een maand geleden tijdens een trip de film niet meer geladen kreeg. Wat ik ook deed, de film pakte niet, ik kon niet doorspoelen. Ik heb een uur zitten prutsen, zeker 25 cm film verpest, en toen moest ik het opgeven. Voor een volgend tripje probeerde ik het weer, maar alweer wilde het niet. De sprocketholes van de film wilde maar niet pakken op de karteltjes van de as in de camera. Nu heb ik gelukkig nog een Snapsights, precies voor het geval nummer één het zou begeven, maar ik baalde natuurlijk wel.

Ik weigerde het erbij te laten zitten, en van de week probeerde ik nog één keer een oplossing te verzinnen. De film leek alleen te willen pakken als hij de hele tijd strak stond. Maar zodra ik had doorgespoeld en het spoelwieltje losliet, viel de spanning weg, en kwam de film weer los van de as, om niet meer vast te willen. Het leek alsof het tandwieltje dat in de buitenschil zit niet goed tegen het spoelwieltje van de camera zelf aan kwam. Alsof de camera wat steviger tegen dat wieltje aan gedrukt moest worden. Om dat voor elkaar te krijgen stopte ik een stukje karton voor de camera in de schil, waardoor de camera wat steviger tegen de achterwand werd geduwd. En verdomd, het leek te werken! Zelfs toen ik het kartonnetje naar de zijkant, voor de lens weg, schoof. Hij doet het weer. Hij is er niet mooier op geworden, met wat slordig karton erop getapet, en nog wat plakband over wat barsten in de schil ( toen ik toch bezig was…), maar ach.

Snapsights leeft!

Poging tot lightpainting

Zuchtend en steunend zette ik me dan toch maar aan het lightpainten. Project lightpainting stond eigenlijk al maanden geleden op het programma, maar ik had er destijds niet bij nagedacht dat het ’s zomers pas heel laat donker wordt. Niet praktisch. Een overdaad aan licht was daarna steeds een goed excuus om het weer even uit te stellen.

Het leek me bij nader inzien namelijk maar lastig. Waar vind ik een ruimte die voldoende donker is, zelfs ’s nachts in de herfst? Overal schijnt wel weer ergens een lantaarnpaal, een apparatuurledje, passerend verkeer, noem maar op. Gedoe. Maar goed, je kunt niet eeuwig blijven uitstellen, dus met frisse tegenzin besloot ik er dan maar de laatste twee instaxen die nog in een camera zaten aan te wagen. Gewoon, om er vanaf te zijn.

Alle lichten uit, de camera naar de achterkant van de kamer gericht, weg van de straatlantaarn. Op een statiefje en op de B-stand opengezet. Met een fietslampje tekende ik wat spiralen. Ik ging er blind vanuit dat het niks zou worden. Maar tot mijn lichte verbazing zag ik toch een heel klein lichtspoor op de foto. Nou ja, dan die laatste foto ook maar even, en dan langzamer tekenden in de lucht. En zowaar, een lightpainting!

Lightpainting. Diana F+ Intant Back met Fuji Instax Mini film.

Lightpainting. Diana F+ Intant Back met Fuji Instax Mini film.

Nou ja, en toen werd het toch nog wel even leuk. Heel veel puf om op zoek naar een mooie locatie te gaan of intensief te experimenteren had ik nog steeds niet, maar een beetje knutselen is wel leuk op een verregende zaterdag. En ik wilde toch altijd al eens lichtstencils proberen. Op deze site staat hoe je dat aanpakt, met extreem veel betere voorbeeldfoto’s dan mijn uiteindelijke resultaat.

Eerst maar wat gewone fietslampjestekeningen, om erin te komen.

Ik besloot mijn project bij uitzondering met de digicam te doen. Nou heeft die geen volledige handmatige instellingsmogelijkheden (ik gebruikte de vuurwerkstand), maar het voordeel is dat ik ook geen kapitalen aan film kwijt ben. Da’s wel een groot voordeel, want het lichtstencil dat ik in elkaar fröbelde had wel even wat testruns nodig voor het een acceptabel resultaat leverde. Soort van. Mijn flitser geeft zo veel licht dat ik steeds meer lagen papier achter mijn sjabloontje moest plakken, omdat het anders steeds een overbelichte lichtvlek werd in plaats van een herkenbaar figuurtje. Maar uiteindelijk was er een plaatje te zien.

Lightpainting met lichtstencil. Ricoh WG-4 on de vuurwerkstand (F2.8, 4 sec., 125 ISO).

Lightpainting met lichtstencil. Ricoh WG-4 on de vuurwerkstand (F2.8, 4 sec., 125 ISO).

Mijn stencil is wat aan de kleine kant, maar als je flink inzoomt is de vleermuis zowaar herkenbaar. Het geeft in elk geval wel hoop voor een tweede versie, die groter is, en op een andere flitser. Ik heb nu mijn standaard Lomo-flitser gebruikt, en die is wat klein en onhandig, terwijl hij wel een enorme bak licht geeft. Daarbij was mijn stencil niet heel lichtdicht aan de achterkant, waardoor ook mijn hand en het doosje waarin het stencil zat verlicht werden.

Dit resultaat is toch weer zo bemoedigend, dat ik misschien maar eens een grotere versie moet knutselen, voor één van de andere flitsers in mijn collectie. Gebruik ik die ook nog eens.

En vooruit, als bonus dan nog een instax lichttekeningetje. I ♥ film tenslotte.

Instant lightpainting. Diana F+ Instant Back met Fuji Instax film.

Instant lightpainting. Diana F+ Instant Back met Fuji Instax film.

Vloeistoffotografie

Ik wilde eens wat makkelijke wetenschappelijke proefjes fotograferen. Het was bedoeld als soort van navolging van de wetenschappelijke foto’s van Berenice Abbott, maar dan anders. Het moest vooral niet te moeilijk zijn, want ik zat met een (zelf opgelegde) deadline.

Olie en water in laagjes, bedacht ik, en kleurstof dat oplost in water. In een vlaag van verstandsverbijstering wilde ik dat vastleggen met de Holga en close-upfilters. Een onzalig idee natuurlijk, want die Holga is al helemaal van plastic, en met die close-upfilters is het ook verrekte lastig om goed scherpe foto’s te krijgen. Het is lastig om met die filters precies de goede afstand in te schatten, want de scherptediepte is maar heel beperkt.

Maar goed. Vol goede moed vulde ik een glaasje met rood water (voedselkleurstof for the win!), schenkstroop en olie. Precies zoals de theorie voorschrijft bleven de laagjes keurig op elkaar liggen. Met een meetlatje mat ik de goeie afstand. Bijna de goeie afstand.

water en olie

Water en olie. De strook kwam later, en leverde een nog iets minder scherpe foto op.

Daarna probeerde ik oplossende kleurstof in water te fotograferen. Ik liet steeds een klein beetje poedervormige voedingskleurstof in een vaas water vallen, en fotografeerde dan de slierten kleur in het water. Het was live erg maai, maar ja, die Holga he? Maar goed, helemaal mislukt zijn de foto’s toch ook weer niet. Haarscherp is anders, maar toch vind ik het allemaal lang niet slecht. Volgende keer maar eens met een betere camera en meer kleurtjes proberen.

Rode kleurstof in water.

Rode kleurstof in water.

Mijn laatste experiment was een platte glazen bak met gekleurd water en druppels olie recht van boven. Het idee was om een soort abstracte pseudo-ruimtefoto’s te krijgen. Omdat de afstand van lens tot wateroppervlak nogal nauw kwam, legde ik de camera plat op steen steuntjes van lego (die ik vergeten ben te fotograferen. Zo kon in de afstand stabiel houden. Probleem was wel dat het nogal wat licht tegenhield. Ook had ik aanvankelijk het verkeerde filter op de lens zitten. Uiteindelijk is er daardoor maar eentje gelukt.

Olie en water van boven.

Olie en water van boven.

Ondanks de rampzalige camerakeuze was het toch een leuk experiment, dat ik zeker nog eens met een spiegelrefelx ga overdoen.

Gehackte Supersampler

Afgelopen maand heb ik iets gedaan wat ik al heel lang eens wilde proberen: ik heb een Supersampler gehackt. De Supersampler is een geinig ding met vier lenzen onder elkaar. Als je afdrukt, neemt hij vier foto’s na elkaar, die alle vier als een smal strookje op een stukje negatief ter grootte van een standaard foto.

Aan de binnenkant zie je dat tussen de lensjes schotjes zitten, die ervoor zorgen dan het vier keurig afgebakende strookjes worden en de beelden niet door elkaar gaan lopen. Haal je die schotjes weg, dan wordt gaat het beeld overlappen. Nadeel: het weghalen van de schotjes in onomkeerbaar. De plastic wandjes zitten vast in de camera. Je kunt ze eruit halen, maar dan kunnen ze niet meer terug. Nogal een stap dus, eentje die ik met mijn Supersampler nooit had durven nemen.

Een tijd geleden trof ik in de lokale kringloopwinkel zowaar een Supersampler, nog nieuw in de doos. Een buitenkansje! Nu kon ik met Supersampler II dan eindelijk eens de truc met de gesloopte wandjes uitvoeren.

Zo bedacht, zo gedaan. Met een tang had ik snel de schotjes eruit. Of het aan het aangepaste binnenwerk lag, weet ik niet, maar het kostte me vrij veel moeite om de film goed ingelegd te krijgen. Op de een of andere manier wilde het spoeltje niet goed pakken. Na wat gepiel leek het dan toch te werken, en kon ik aan de gang. Ik nam de Supersampler II mee op fietsvakantie door België.

 

 

Het resultaat is heel aardig! De door de verschillende lensjes opgevangen beeld overlapt, maar is nog wel herkenbaar als vier verschillende beelden. Het wordt dus ook weer geen brij van vier overlappende plaatjes. Het werkt het beste als je de camera in landschapstand houdt, zodat de lenzen dus naast elkaar zitten (in plaats van boven elkaar). Op die manier krijg je één mooi in elkaar overlopend beeld. Houd je de camera rechtop, dan worden het wat lossere strookjes. Je hebt op een foto relatief vaak een baan lucht boven in beeld, die in de portretstand het beeld eronder wegdrukt. Als je ervoor zorgt dat er niet te veel lucht in beeld komt is dat verder ook weer geen echt probleem.

Lomography Supersampler II met Lomography F2 CN 400 film.

De witte wolken overstemmen de mensen.

Zoals bij de niet-aangepaste Supersampler ook al het geval is, levert Supersampler II de beste plaatjes op als je wat dichter op je onderwerp zit. Portretten doen het dus beter dan landschappen. Omdat het beeld steeds overlapt, moet je een beetje rekening houden met overbelichting. Al loopt dat ook weer niet zo’n hele grote vaart, het blijven natuurlijk kleine plastic lensjes, niet de meest lichtsterke dingen.

Ik vind het een geslaagde operatie, ik vind Supersampler II nu al leuker dan nummer I.

Ricoh 500 G update

Een tijdje terug berichtte ik over mijn nieuwste aanwinst, de Ricoh 500 G, en hoe ik er nieuwe lightseals in had aangebracht. Naar aanleiding van het testrolletje vol lichtlekken had ik wat nieuwe stukjes fluweel onder de zoeker geplakt. Ik schoot een nieuw testrolletje vol, had geen tijd meer om het te ontwikkelen voor ik op een vierdaagse wandeltocht ging, en dacht: het is vast wel goed zo.

Dus.

Drie rollen vol lichtlekken. Ik keek nog eens wat beter naar de precieze locatie en vorm van de lichtvlekken, en concludeerde dat de lekken misschien niet bij de zoeker zaten, maar aan de zijkant van de camera. Het licht komt dan over de volle breedte van de zijkant over de film, sterk en afgebakend aan één kant, en dan vaag uitlopend naarmate het de camera in dringt.

Nog maar wat extra fluweel dus, dit keer bij de zijkant. Eens zien wat dat opleverde. Afgezien van de lichtlekken vind ik het namelijk een erg prettige camera, daar wilde ik wel wat moeite insteken.

Dus II.

Ricoh 500G met Rollei CN 200

Nog steeds lichtlekken!

Ondanks dat fluweel aan de zijkant en voor de zekerheid ook nog een laag tape om de camera heen alsnog lichtlekken. Damn! Het zal hem dan toch in de zoeker zitten, dat moet haast wel. Misschien dan toch nog maar eens een poging met een afgeplakte zoeker. Moet ik alleen nog een losse zoeker verzinnen om toch iets van compositie in mijn foto´s te krijgen, want zonder kijken fotograferen is misschien wel heel erg lomo, maar soms wil je toch wel gewoon weten wat je op de foto zet.

Advertenties