Poging tot lightpainting

Zuchtend en steunend zette ik me dan toch maar aan het lightpainten. Project lightpainting stond eigenlijk al maanden geleden op het programma, maar ik had er destijds niet bij nagedacht dat het ’s zomers pas heel laat donker wordt. Niet praktisch. Een overdaad aan licht was daarna steeds een goed excuus om het weer even uit te stellen.

Het leek me bij nader inzien namelijk maar lastig. Waar vind ik een ruimte die voldoende donker is, zelfs ’s nachts in de herfst? Overal schijnt wel weer ergens een lantaarnpaal, een apparatuurledje, passerend verkeer, noem maar op. Gedoe. Maar goed, je kunt niet eeuwig blijven uitstellen, dus met frisse tegenzin besloot ik er dan maar de laatste twee instaxen die nog in een camera zaten aan te wagen. Gewoon, om er vanaf te zijn.

Alle lichten uit, de camera naar de achterkant van de kamer gericht, weg van de straatlantaarn. Op een statiefje en op de B-stand opengezet. Met een fietslampje tekende ik wat spiralen. Ik ging er blind vanuit dat het niks zou worden. Maar tot mijn lichte verbazing zag ik toch een heel klein lichtspoor op de foto. Nou ja, dan die laatste foto ook maar even, en dan langzamer tekenden in de lucht. En zowaar, een lightpainting!

Lightpainting. Diana F+ Intant Back met Fuji Instax Mini film.

Lightpainting. Diana F+ Intant Back met Fuji Instax Mini film.

Nou ja, en toen werd het toch nog wel even leuk. Heel veel puf om op zoek naar een mooie locatie te gaan of intensief te experimenteren had ik nog steeds niet, maar een beetje knutselen is wel leuk op een verregende zaterdag. En ik wilde toch altijd al eens lichtstencils proberen. Op deze site staat hoe je dat aanpakt, met extreem veel betere voorbeeldfoto’s dan mijn uiteindelijke resultaat.

Eerst maar wat gewone fietslampjestekeningen, om erin te komen.

Ik besloot mijn project bij uitzondering met de digicam te doen. Nou heeft die geen volledige handmatige instellingsmogelijkheden (ik gebruikte de vuurwerkstand), maar het voordeel is dat ik ook geen kapitalen aan film kwijt ben. Da’s wel een groot voordeel, want het lichtstencil dat ik in elkaar fröbelde had wel even wat testruns nodig voor het een acceptabel resultaat leverde. Soort van. Mijn flitser geeft zo veel licht dat ik steeds meer lagen papier achter mijn sjabloontje moest plakken, omdat het anders steeds een overbelichte lichtvlek werd in plaats van een herkenbaar figuurtje. Maar uiteindelijk was er een plaatje te zien.

Lightpainting met lichtstencil. Ricoh WG-4 on de vuurwerkstand (F2.8, 4 sec., 125 ISO).

Lightpainting met lichtstencil. Ricoh WG-4 on de vuurwerkstand (F2.8, 4 sec., 125 ISO).

Mijn stencil is wat aan de kleine kant, maar als je flink inzoomt is de vleermuis zowaar herkenbaar. Het geeft in elk geval wel hoop voor een tweede versie, die groter is, en op een andere flitser. Ik heb nu mijn standaard Lomo-flitser gebruikt, en die is wat klein en onhandig, terwijl hij wel een enorme bak licht geeft. Daarbij was mijn stencil niet heel lichtdicht aan de achterkant, waardoor ook mijn hand en het doosje waarin het stencil zat verlicht werden.

Dit resultaat is toch weer zo bemoedigend, dat ik misschien maar eens een grotere versie moet knutselen, voor één van de andere flitsers in mijn collectie. Gebruik ik die ook nog eens.

En vooruit, als bonus dan nog een instax lichttekeningetje. I ♥ film tenslotte.

Instant lightpainting. Diana F+ Instant Back met Fuji Instax film.

Instant lightpainting. Diana F+ Instant Back met Fuji Instax film.

Advertenties

Van jurk naar rok

Ik had een gele jurk die ik nooit meer aan had. Te kort, te strak, te net niet. Maar de kleur was wel mooi. Dus ik dacht, wat de hel, de schaar erin!

Met een paar knippen was het al bijna een rok.

Een zoom erin (in zig-zag steek, voor de rekbaarheid) en klaar is keer. Het is een soort dun breisel, dus het rekt vanzelf wel mee.

Oke, het randje waar ik de zoom heb gelegd lubbert wat gek, maar met een shirt erover zie je daar niks van. Dat lubberrandje naar binnen vouwen onder de rand van een panty werkt nog beter. Zit ie meteen wat steviger om de taille, want een tikje ruim zit ie wel. Goed voor het zelfbeeld, dat wel.

Nou ja, het is geen haut couture geworden, maar toch ook niet onaardig.

De bovenste helft veranderde met een knip recht door het midden en nog een zoom in een korte bolero. Geen kledingstuk dat ik vaak draag, maar ach, wie weet.

Vloeistoffotografie

Ik wilde eens wat makkelijke wetenschappelijke proefjes fotograferen. Het was bedoeld als soort van navolging van de wetenschappelijke foto’s van Berenice Abbott, maar dan anders. Het moest vooral niet te moeilijk zijn, want ik zat met een (zelf opgelegde) deadline.

Olie en water in laagjes, bedacht ik, en kleurstof dat oplost in water. In een vlaag van verstandsverbijstering wilde ik dat vastleggen met de Holga en close-upfilters. Een onzalig idee natuurlijk, want die Holga is al helemaal van plastic, en met die close-upfilters is het ook verrekte lastig om goed scherpe foto’s te krijgen. Het is lastig om met die filters precies de goede afstand in te schatten, want de scherptediepte is maar heel beperkt.

Maar goed. Vol goede moed vulde ik een glaasje met rood water (voedselkleurstof for the win!), schenkstroop en olie. Precies zoals de theorie voorschrijft bleven de laagjes keurig op elkaar liggen. Met een meetlatje mat ik de goeie afstand. Bijna de goeie afstand.

water en olie

Water en olie. De strook kwam later, en leverde een nog iets minder scherpe foto op.

Daarna probeerde ik oplossende kleurstof in water te fotograferen. Ik liet steeds een klein beetje poedervormige voedingskleurstof in een vaas water vallen, en fotografeerde dan de slierten kleur in het water. Het was live erg maai, maar ja, die Holga he? Maar goed, helemaal mislukt zijn de foto’s toch ook weer niet. Haarscherp is anders, maar toch vind ik het allemaal lang niet slecht. Volgende keer maar eens met een betere camera en meer kleurtjes proberen.

Rode kleurstof in water.

Rode kleurstof in water.

Mijn laatste experiment was een platte glazen bak met gekleurd water en druppels olie recht van boven. Het idee was om een soort abstracte pseudo-ruimtefoto’s te krijgen. Omdat de afstand van lens tot wateroppervlak nogal nauw kwam, legde ik de camera plat op steen steuntjes van lego (die ik vergeten ben te fotograferen. Zo kon in de afstand stabiel houden. Probleem was wel dat het nogal wat licht tegenhield. Ook had ik aanvankelijk het verkeerde filter op de lens zitten. Uiteindelijk is er daardoor maar eentje gelukt.

Olie en water van boven.

Olie en water van boven.

Ondanks de rampzalige camerakeuze was het toch een leuk experiment, dat ik zeker nog eens met een spiegelrefelx ga overdoen.

Gehackte Supersampler

Afgelopen maand heb ik iets gedaan wat ik al heel lang eens wilde proberen: ik heb een Supersampler gehackt. De Supersampler is een geinig ding met vier lenzen onder elkaar. Als je afdrukt, neemt hij vier foto’s na elkaar, die alle vier als een smal strookje op een stukje negatief ter grootte van een standaard foto.

Aan de binnenkant zie je dat tussen de lensjes schotjes zitten, die ervoor zorgen dan het vier keurig afgebakende strookjes worden en de beelden niet door elkaar gaan lopen. Haal je die schotjes weg, dan wordt gaat het beeld overlappen. Nadeel: het weghalen van de schotjes in onomkeerbaar. De plastic wandjes zitten vast in de camera. Je kunt ze eruit halen, maar dan kunnen ze niet meer terug. Nogal een stap dus, eentje die ik met mijn Supersampler nooit had durven nemen.

Een tijd geleden trof ik in de lokale kringloopwinkel zowaar een Supersampler, nog nieuw in de doos. Een buitenkansje! Nu kon ik met Supersampler II dan eindelijk eens de truc met de gesloopte wandjes uitvoeren.

Zo bedacht, zo gedaan. Met een tang had ik snel de schotjes eruit. Of het aan het aangepaste binnenwerk lag, weet ik niet, maar het kostte me vrij veel moeite om de film goed ingelegd te krijgen. Op de een of andere manier wilde het spoeltje niet goed pakken. Na wat gepiel leek het dan toch te werken, en kon ik aan de gang. Ik nam de Supersampler II mee op fietsvakantie door België.

 

 

Het resultaat is heel aardig! De door de verschillende lensjes opgevangen beeld overlapt, maar is nog wel herkenbaar als vier verschillende beelden. Het wordt dus ook weer geen brij van vier overlappende plaatjes. Het werkt het beste als je de camera in landschapstand houdt, zodat de lenzen dus naast elkaar zitten (in plaats van boven elkaar). Op die manier krijg je één mooi in elkaar overlopend beeld. Houd je de camera rechtop, dan worden het wat lossere strookjes. Je hebt op een foto relatief vaak een baan lucht boven in beeld, die in de portretstand het beeld eronder wegdrukt. Als je ervoor zorgt dat er niet te veel lucht in beeld komt is dat verder ook weer geen echt probleem.

Lomography Supersampler II met Lomography F2 CN 400 film.

De witte wolken overstemmen de mensen.

Zoals bij de niet-aangepaste Supersampler ook al het geval is, levert Supersampler II de beste plaatjes op als je wat dichter op je onderwerp zit. Portretten doen het dus beter dan landschappen. Omdat het beeld steeds overlapt, moet je een beetje rekening houden met overbelichting. Al loopt dat ook weer niet zo’n hele grote vaart, het blijven natuurlijk kleine plastic lensjes, niet de meest lichtsterke dingen.

Ik vind het een geslaagde operatie, ik vind Supersampler II nu al leuker dan nummer I.

Ricoh 500 G update

Een tijdje terug berichtte ik over mijn nieuwste aanwinst, de Ricoh 500 G, en hoe ik er nieuwe lightseals in had aangebracht. Naar aanleiding van het testrolletje vol lichtlekken had ik wat nieuwe stukjes fluweel onder de zoeker geplakt. Ik schoot een nieuw testrolletje vol, had geen tijd meer om het te ontwikkelen voor ik op een vierdaagse wandeltocht ging, en dacht: het is vast wel goed zo.

Dus.

Drie rollen vol lichtlekken. Ik keek nog eens wat beter naar de precieze locatie en vorm van de lichtvlekken, en concludeerde dat de lekken misschien niet bij de zoeker zaten, maar aan de zijkant van de camera. Het licht komt dan over de volle breedte van de zijkant over de film, sterk en afgebakend aan één kant, en dan vaag uitlopend naarmate het de camera in dringt.

Nog maar wat extra fluweel dus, dit keer bij de zijkant. Eens zien wat dat opleverde. Afgezien van de lichtlekken vind ik het namelijk een erg prettige camera, daar wilde ik wel wat moeite insteken.

Dus II.

Ricoh 500G met Rollei CN 200

Nog steeds lichtlekken!

Ondanks dat fluweel aan de zijkant en voor de zekerheid ook nog een laag tape om de camera heen alsnog lichtlekken. Damn! Het zal hem dan toch in de zoeker zitten, dat moet haast wel. Misschien dan toch nog maar eens een poging met een afgeplakte zoeker. Moet ik alleen nog een losse zoeker verzinnen om toch iets van compositie in mijn foto´s te krijgen, want zonder kijken fotograferen is misschien wel heel erg lomo, maar soms wil je toch wel gewoon weten wat je op de foto zet.

Poging tot experiment

Het voordeel van Polaroid-film, is dat de batterij die de camera aandrijft geïntegreerd zit in de filmcassette. Geen gedoe dus met eraan moeten denken of de batterijen in je camera het wel uithouden, als er film in zit, doet je camera het. Althans… Het nadeel van Polaroid-film is dat de batterij in de filmcassette ook leeg kan zijn.

Ik maakte afgelopen voorjaar de fout om mijn Polaroid Image 2 mee te nemen op een vrij winterse hike in maart. Na één moeizame foto weigerde de camera dienst en was het gedaan met de Polaroids op die trip. In het koude weer was de batterij van de toch al niet meer zo verse film razendsnel leeggetrokken. Ook thuis, weer helemaal opgewarmd, deed de camera niets meer. Een nieuw pakje film hielp, maar toen zat ik met een pakje vol film zonder batterij. Da’s toch zonde van de dure film.

Nu had ik ergens gelezen over cliché verres, een fotografische techniek waarbij je op een transparant vlak tekent of etst of print, en dat dan op fotogevoelig materiaal vastlegt. Met andere woorden, precies wat ik doe om cyanotypes te maken. Dat leek me een uitstekende manier om toch nog wat met mijn Polaroid-film te doen.

In de wisselzak legde ik een groot transparant positief op een niet-belichte foto. Om hem te belichten gebruikte ik een losse flitser. Nu moest hij alleen nog ontwikkeld worden. Dat gebeurt normaal door hem uit de camera tussen een paar rollers door te duwen. Die rollers verspreiden de juiste chemicaliën vanuit het brede stukje rand onder de foto over de lichtgevoelige emulsie. Zonder batterij lukt dat niet, dus moet je wat anders bedenken. Een deegroller leek me een prima alternatief. Gouden oplossing, zo leek me.

Alleen jammer dat het totaal mislukte.

Ik deed verschillende pogingen: belichten met fietslampjes, een flitser, een half afgeplakte flitser. Met transparante positieven, blaadjes en bloemen direct op de film… Toen ik later nog een keer een half pakje met lege batterij trof (tip: laat de film niet maanden in de camera zitten…) probeerde ik het gewoon weer. Het resultaat was elke keer hetzelfde: volkomen abstract.

Niet bepaald wat ik ervan hoopte. Toch heeft het ook wel wat, die diepe blauwe en groene blobs tegen een bruinige achtergrond. Ik doe het er maar mee.

Namaak Revolog

Ergens in 2014 bedacht ik al dat ik nog een namaak-revolog zou gaan maken. In 2016 kwam het er dan eindelijk eens van. Revolog is een relatief nieuw merk film, dat specialiseert in creatief voorbewerkte film. Er zijn verschillende varianten. Sommige films geven je foto’s een kleurverloop, andere zijn bezaaid met neonkleurige krasjes, lichtvlekjes of bliksems. Het zijn grappige effecten, maar ik vind de film aan de dure kant voor wat toch een beetje een gimmick is. Of nou ja, tussen de 7 en 9 euro is tegenwoordig niet eens zo heel duur meer voor een rolletje film. Maar een heel rolletje met het zelfde effect is me gewoon wat veel. Nu is het in theorie niet eens zo heel moeilijk om in elk geval een deel van de door Revolog geboden effecten na te maken. Dat gaat als volgt:

– Maak (of Google naar) een beeld op een zwarte achtergrond. Photoshop wat bliksemschichten, oplichtende punten, krassen en dergelijke. Of neem foto’s van doorschijnende kwallen, sterrenstelsels, vuurwerk of zo, als het maar tegen een zwarte achtergrond is.

– Zet ze zo groot mogelijk op een computerscherm. Zorg voor een goede hoge resulutie. Hoe groter het scherm, hoe beter.

– Schiet een rolletje vol met de beelden. Zorg dat het zwarte vlak waarop je beelden staan helemaal beeldvullend is. Gebruik een statief, want de donkere achtergrond kan voor een lange sluitertijd zorgen.

– Spoel je rolletje terug, maar zorg dat er nog een stukje film uit je rolletje steekt. Laadt het opnieuw in de camera en schiet nu gewone foto’s.

De zwarte achtergrond wordt nu ingevuld met je tweede laag. Ik heb er schitterende voorbeelden van gezien. Ik maakte wat bliksems in Photoshop, wat lichtpunten, namaak-lensflares, wat kitscherige vlammenranden, en ik zocht wat kwallen en ruimtefoto’s.

Het resultaat is middelmatig. De theorie is weer eens iets weerbarstiger dan de realiteit. Mijn foto’s hebben twee hoofdproblemen:

– Ik ben niet goed in het precies uitlijnen van film voor een tweede keer. Omdat het patroon bij mijn namaak-Revolog niet doorloopt, is het het mooiste als de film bij de tweede laag precies zo in de camera ligt als de eerste laag. Daarzijn slimme technieken voor, met markeringen en zo. Maar het lukt mij nooit goed. Zie ook mijn EBS.

– De eerste laag is toch wat te licht uitgevallen, en heeft een soort kleurzweem. De foto’s zijn daardoor wat bruinig uitgevallen. Strooilicht van buiten beeld, te lichte ontwerpen, of een combinatie daarvan. Ik denk dat ik iets te veel wilde met mijn patronen. De wat subtielere dingen werkten tocht het beste.

Nou ja, dat weten we dan ook weer. Revolog hoeft voorlopig niet te vrezen voor mijn concurrentie.

Overigens verkoopt Revolog ook film met een soort bubbelpatroon, Texture. Geheel per ongeluk, heb ik daar wel een aardige imitatie van gemaakt, door een film na te spoelen met zeepsop, en de sop zo op te laten drogen in plaats van eraf te blazen.